*

 

Raak me aan

Lodewijk Dros − 22/01/07, 00:00

recensie

Aan Descartes dacht ze. „Ik denk, dus ik ben.” Verder kon Susanne Rafael niets, want ze lag in coma, zes weken lang, na een verkeersongeval.

In Publik-Forum (’Zeitschrift kritischer Christen’) doet ze haar verhaal. Ze hoorde, voelde, dacht, maar spreken kon ze niet. Zo merkte ze dat een kind in het bed naast haar in de brandende zon lag, al even roerloos als zij, maar ze kon niets uitbrengen. En het jochie lag lijdzaam stil.

Wat het ergst was, kan Susanne Rafael nu, na jaren, nog steeds moeilijk zeggen. Was het de ondraaglijke dorst, het kleumen in het ziekenhuis of de frustratie over het niet-spreken? „Je bent volledig overgeleverd aan wie er over jou en je leven kunnen beslissen. Ik voelde me aan de willekeur overgeleverd. Had ik wel het recht om door te leven? Ik kon er niets over zeggen.”

Rafael, inmiddels gerevalideerd, herinnert zich vooral de ’diepe eenzaamheid en isolatie’. En de onbevredigde behoefte aan aanraking in haar ziekbed.

Het blijft schrikken. Wie het wekelijkse katern Letter & Geest de laatste jaren gevolgd heeft, leest in het Vlaamse filosofenblad Streven weinig nieuws over het leven van ’christenen onder islamdominantie’, maar de feiten blijven akelig. Zoals: dat kopten, christenen in het niet eens zo erg islamitische Egypte, het leven chronisch zuur wordt gemaakt. Dat het opknappen van hun kerken wordt bemoeilijkt, laat staan het bouwen ervan. Dat radicale moslims ze straffeloos boetes op kunnen leggen. Dat christelijke leerboeken worden verboden, maar islamitische boeken die christenen belasteren, zijn toegestaan.

Je vraagt je af: kan dat niet anders? Het goeie nieuws is: ja, dat kan.

In het tijdschrift van de Wereldraad van Kerken, Current Dialogue, prijst de islamitische ethicus Rashied Omar moslim-initiatieven om platgebrande kerken weer op te bouwen. Die waren verwoest na de beruchte Regensburglezing van paus Benedictus XVI. Omar noemt de manier waarop moslimgeleerden hebben gereageerd op de pauselijke woorden over islam en geweld ’onwaardig en deplorabel’.

Omar geeft dan zelf het goede voorbeeld: hij analyseert de tekst en loopt de bronnen na – precies zoals dat hoort in een academisch debat. Zijn conclusie: Benedictus’ beeld van de islam is gebaseerd op een extremistische moslimtheoloog. Had de paus zich op evenwichtiger denkers in de islamitische traditie gericht, dan was zijn moslimbeeld niet zo ’onrechtvaardig’ en verwrongen geweest, denkt Omar.

Het komt door Dancing with the Stars, of door een van de varianten daarop, of door al die programma’s samen. De dansscholen kunnen de toeloop nauwelijks aan. Tango, salsa en, wie weet, een oud-Hollandse quickstep.

In kerken wordt ook gedanst, een kwarteeuw al, schrijft RiĆ«tte Beurmanjer in het Ouderlingenblad. Ze is een van de pioniers en nog altijd een van de drijvende krachten achter sacred dance en wat er zoal meer aan beweging de kerken ingebracht is – contemplatieve, liturgische en verkondigingsdans, wat dat ook moge zijn. Volgens Beurmanjer is dans ’een handeling die de religieuze levensoriĆ«ntatie van de deelnemers versterkt’. „Het mooie is dat dansen dat doet op een manier die tegelijk persoonlijk en gemeenschappelijk is.”

Vrouwen horen geen wetenschappelijke opleiding te volgen. Vrouwen moeten hun plaats weten. Dat is nu eenmaal de religieuze wet. Van wie? Niet van fundimoslims, maar van hun joodse collega’s. In Nieuw Israelietisch Weekblad staat het – uit Haaretz overgenomen – artikel ’Verboden voor vrouwen’.

De ultraorthodoxe gemeenschap (’charedi’) zit met een groot probleem: de mannen verdiepen zich voltijds in de joodse traditie, de vrouwen verdienen, vaak als onderwijzeres, de kost. Een rabbinale commissie heeft nu besloten dat het maar eens uit moet zij met dat doorgeleer van vrouwen. Op eigen opleidingen haalden vrouwen vaak snel een bachelorsgraad, met bijbehorend redelijk salaris, maar die route is nu afgesneden. Vrouwen behoren niet door te studeren, ’carrièreambities’ passen haar niet. Bovendien konden er ’allerlei ketterijen die programma’s binnensluipen’.

Dat de vrouwen gefrustreerd zijn door de rabbinale koerswijziging, zal de commissie worst wezen. Maar er kleeft nog een ander bezwaar aan de vrouwvijandige maatregel. Yeshivastudenten – jongens die de orthodoxe leer en leefwijze bestuderen – mogen niet werken, hun (aanstaande) vrouwen ook niet. Wie gaat hun gezinnen onderhouden?

mailIcon print |