recensie Oost-Europakenner Piet de Moor houdt ons in zijn nieuwste boek op de hoogte van zijn eígen leven: van dranklust, reizen, en vooral van wat hij leest: boeken, kranten. Met die opzet neemt hij een groot risico.
Piet de Moor verdient respect en daar zal ook dit boek weinig aan veranderen. Vele jaren schreef de Vlaming (1950) voor Nederlandse en Belgische kranten over Duitstalige en Oost-Europese literatuur, vooral interviews en reportages waren zijn specialiteit. Twee jaar geleden bewerkte hij zijn beste artikelen voor ’Schemerland’, een bundel die door mij op deze plaats passende lof kreeg toegezwaaid.
Nu presenteert hij met ’Grimmig heden’ een heel ander boek, een soort journaal of dagboek (zelf gebruikt hij ook wel de termen ’werkboek’ of ’fictief dagboek’) waarin hij noteert wat hem gedurende het jaar 2005 heeft beziggehouden.
Daarmee neemt De Moor meteen een flink risico. Zo’n bundel wil je eventueel lezen van schrijvers als Thomas Mann, Marcel Proust of Canetti, maar als een journalist of recensent zich ermee inlaat krijg je al snel de indruk van zelfoverschatting of ijdelheid.
De Moor schrijft in korte fragmenten (in lengte variërend van één regel tot enkele bladzijden) over persoonlijke zaken als zijn beide zoons en ex-vrouw, drankzucht en ouder worden, reizen en buitenlandse steden. Maar verreweg de meeste aandacht krijgen literaire en historische kwesties, dat wil zeggen boeken en artikelen die De Moor net heeft gelezen of die hij zich herinnert.
En hierin ligt meteen het grote bezwaar tegen deze bundel: er staan veel te veel namen in, soms wel twintig per dag (7 januari). üén voorbeeld, van 11 maart: de schrijver kijkt naar een tv-uitzending en wordt herinnerd aan de roman ‘Kaputt’ van Curzio Malaparte, meteen daarna volgt een opmerking over de roman ’Anna’ van de Hongaar Dezsö Kosztolányi en vervolgens raakt hij in de ban van R.G. Waldecks ’Athene Palace Boekarest’, Flaubert en Danilo Kis. Maar de dag is daarmee nog niet ten einde want aan bod komen ook nog Dostojewski, Jules Renard en Seneca – alles willekeurig en zonder logische overgangen.
De Moor zegt ergens dat hij aan ‘literaturose’ lijdt, een variant van de ’psychose’. Maar wat moet de lezer met deze vrijblijvende associaties en ijdele name dropping? De Moor is tevens een enthousiast lezer van buitenlandse kranten, vooral de Frankfurter Allgemeine houdt hij nauwgezet bij. Sommige fragmenten, bijvoorbeeld over nieuwe visies omtrent Heideggers flirt met het nationaal-socialisme, bestaan hoofdzakelijk uit samenvattingen van artikelen die in het culturele supplement van die krant zijn verschenen. Maar lang niet altijd noemt De Moor zijn bron; de fragmenten over de discriminatie van Keulse joden in de jaren twintig en dertig of over de Nederlands-Duitse schrijver Hans Keilson zijn aantoonbaar overgeschreven uit boekbesprekingen in respectievelijk de Frankfurter Allgemeine en NRC-Handelsblad.
Genuanceerd of fijnzinnig kun je De Moor moeilijk noemen. Martin Walser is voor hem op grond van een dubieuze Duitse studie een ’vulgaire antisemiet’. Nu kun je van deze door mij weinig gewaardeerde auteur veel beweren, maar een antisemiet is Walser zeker niet. Ook de Duitse Paus Joseph Ratzinger krijgt de wind van voren. De Moor schrijft dat de paus weliswaar geen nazi is (’ook al was hij een tijdlang lid van de Hitlerjugend’), maar dat dit hem er niet van kan weerhouden ’om zijn aanhangers razi’s te noemen’. Dit is een stijlloze opmerking en bovendien een slechte woordspeling.
Het beste aan ’Grimmig heden’ is dat alle kritiek die je op dit boek kunt hebben door De Moor zelf wordt onderkend. Het geldt voor zijn literaire associaties alsook voor de behoefte om zichzelf te bewijzen. Over zijn citeermanie zegt hij ergens dat hij ’een stelende ekster’ is en dat zelfs Borges, Brecht en Thomas Mann soeverein met plagiaat omgingen.
Gaandeweg vraag je je af waarom De Moor dit boek eigenlijk heeft geschreven. Maar ook hierop geeft hij zelf het antwoord, in zijn eigen idioom: „Dit dagboek heeft me, na ’Schemerland’, verlost van mijn constipaties. Ik begon me te voelen als een oude vrouw die nooit heeft gebaard, maar vol versteende foetussen zit.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.