recensie
Regie: Len Wiseman. Met: Bruce Willis, Justin Long, Timothy Olyphant, Maggie Q. In 100 bioscopen
Voor filmliefhebbers met idolen als Rocky, Rambo, Indiana Jones, Terminator, Jurassic-dinosauriƫrs en John McClane is er goed nieuws: we zijn niet van ze af. Rocky zagen we al weer de boksring instappen, de anderen druppelen de komende tijd de bioscoop binnen. Je kunt de sloot dempen met ouwe koeien, dus waarom ze er niet een voor een uit halen?
Het zijn verwarrende tijden buiten in de echte wereld. En dan heeft het wel iets geruststellends, om er in een bioscoopzaal van op aan te kunnen dat de New Yorkse rechttoe rechtaan politieman John McClane nog altijd met een paar stevige stunts de wereldorde waarborgt.
McClane (Willis), wiens huwelijk al sinds ’Die Hard’ (1988) rammelde, is nu gescheiden. Het contact met zijn jongvolwassen dochter is moeizaam. Maar wanneer een simpele opdracht om een jonge hacker op te pakken uitdraait op een nationale ramp, zet hij er toch weer goedgemutst de schouders onder. Zo is ie nu eenmaal, John McClane.
De hacker Matthew (Long) weet wat een stelletje technoterroristen van plan is: alle computers van het land platleggen. Ga maar na: geen verkeer, elektriciteit, beurs. Maar eerst gaan ze met veel bombast achter Matthew aan, want die weet wat ze van plan zijn. Huh? Nee, dat is ook niet logisch, maar het levert zo’n geweldige scène op in een tunnel waar auto’s in het rond vliegen en McClane uiteindelijk met een wagen een helikopter naar beneden haalt („mijn kogels waren op”).
Driftig wordt getikt op hippe oprolbare toetsenborden en met gefronste blikken getuurd naar computerschermen, maar gelukkig duurt dat nooit lang, want we snappen er toch niks van. Onze held, bezaaid met sexy bloedstrepen, zorgt ervoor dat auto’s in liftschachten belanden en straaljagers dwars door viaducten vliegen. Ja, met de ouderwetse, ongegeneerd vette zomerpret zit het wel goed. Laat dat maar aan good old John McClane over.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.