recensie Nederland kiest op 7 maart de Provinciale Staten. Die bepalen vervolgens de samenstelling van de Eerste Kamer. Politiek Den Haag kijkt met spanning uit naar de uitslag. Valt er straks nog wel wat te regeren voor CDA, PvdA en ChristenUnie?
’Het worden echt belangrijke verkiezingen”, zegt Han Noten (48). „Ze gaan over de vraag of Nederland nog wel bestuurd wil worden of niet.” Noten is voorzitter van de huidige PvdA-fractie in de Eerste Kamer en nummer één op de ontwerpkandidatenlijst voor de nieuwe Eerste Kamer, die op 29 mei wordt gekozen.
De fractievoorzitters van CDA, PvdA en CU in de Tweede Kamer (Balkenende, Bos en Rouvoet) leggen dezer dagen de laatste hand aan een regeerakkoord. Ze zetten alles op alles om dat volgende week klaar te hebben, zodat nog voor 7 maart het nieuwe kabinet kan aantreden.
Het is uitermate belangrijk dat de drie daar in slagen, onderstreept Noten. „Zo niet, dan zou dat een bedreiging zijn voor de formatieonderhandelingen. Daar sluipt dan door de verkiezingscampagne een heel eigen dynamiek in Nee, dat ga je dan nooit meer redden.”
Maar het is nog maar de eerste hobbel die de beoogde nieuwe coalitie moet nemen, aldus Noten. Minstens zo belangrijk is dat CDA, PvdA en CU na de verkiezingen voor Provinciale Staten opnieuw een meerderheid halen in de Eerste Kamer. Immers: voor ieder wetsvoorstel dat de coalitie door de Tweede Kamer loodst, is daarna ook nog de goedkeuring van de Eerste Kamer nodig.
De drie fracties beschikken nu over een comfortabele meerderheid in de Senaat. CDA (23), PvdA (19) en ChristenUnie (2) bezetten samen 44 van de 75 zetels. Maar Noten houdt ernstig rekening met de mogelijkheid dat het er na 29 mei minder zijn. „De laatste tijd trekken de peilingen weer een beetje aan. Maar als ik de uitslag van 22 november doortrek dan komen de CDA, PvdA en CU niet op 38 zetels uit.”
Nu hoeft dat niet onmiddellijk grote politieke problemen voor de nieuwe coalitie op te leveren. Noten: „Met 36, 37 zetels zou ik het nog wel aandurven. Dan kun je proberen om voor elk wetsvoorstel steun te zoeken bij de SGP (nu 2 zetels, RvH) of de Onafhankelijke Senaatsfractie (de éénmansvertegenwoordiging in de Eerste Kamer van een aantal regionale partijen, RvH)”.
Nee, echte problemen doemen volgens Noten pas op als de Statenverkiezingen voor CDA, PvdA en ChristenUnie zo slecht uitpakken dat ook die vluchtweg niet mogelijk blijkt. Want in het werken met wisselende meerderheden met VVD, SP of GroenLinks gelooft Noten niet.
„Nee zeg, schei uit. Daar heb ik helemaal geen vertrouwen in. Ik zie haarscherp voor me wat er dreigt te gebeuren als we bij lange na geen meerderheid halen in de Eerste Kamer. De oppositiefracties in de Eerste Kamer zullen ons dan met open armen ontvangen. Ze zullen de coalitie dan eerst een jaartje of zo laten bungelen. En vervolgens zullen ze haar ten val brengen op een moment dat het deze partijen electoraal goed uitkomt.”
„Feit is dat er straks een regeerakkoord ligt waarin dingen staan die wij niet leuk vinden. Dat is het onvermijdelijke gevolg van onderhandelingen. Daarin moet je dingen weggeven, anders bereik je nooit een akkoord. Dat is niet erg, zolang je ook zaken kunt laten zien die je wel hebt binnengehaald.”
„Maar hoe gaat dat dan straks in de Eerste Kamer? Alles waar wij blij mee zijn, daar stemt de VVD tegen. Die partij wordt slapende rijk. En alles wat het CDA fijn vindt, kan rekenen op de tegenstem van de SP. Die partij vindt dat een socialer beleid met het CDA van Balkenende sowieso nooit mogelijk is.”
„Ja, je kunt misschien zaken doen met GroenLinks. Die partij kan verlangen dat voorstellen worden aangepast in ruil voor het tot stand komen van een meerderheid. Maar dan loop je wel het risico dat GroenLinks voortdurend verkondigt dat iedere verbetering aan haar te danken is en niet aan de PvdA.”
Noten mag dit doemscenario dan scherp voor ogen hebben, een oplossing heeft hij er nog niet voor. Hij heeft daar ook nog niet echt over nagedacht, zegt hij. Als eerste opgave ziet hij om te voorkomen dat het scenario werkelijkheid wordt. En dat maakt de campagne voor de Statenverkiezingen zo belangrijk.
„Het is de eerste volksraadpleging over een regeerakkoord”, zo typeert hij de komende stembusstrijd. „We moeten aan de mensen verantwoording afleggen over de totstandkoming van dat regeerakkoord. We moeten, en hier spreekt de oud-vakbondsonderhandelaar, daarbij ook duidelijk laten zien waar we concrete punten hebben uitgeruild. En we moeten aan de mensen laten zien wat het verschil is met een PvdA in de regering: op het gebied van armoedebeleid, voor de oude stadswijken, ten aanzien van de marktwerking in de zorg.”
„Het moet ook een speelse, open, ontspannen campagne worden. We moeten niet meteen iedereen met kritiek de mond snoeren. Neem die kritiek maar. En wees niet bang om je als PvdA te positioneren ten opzichte van GroenLinks en de SP. Ja, natuurlijk zijn we daarin kwetsbaar. We doen mee aan deze coalitie hoewel we hebben verloren en de meerderheid van onze kiezers deze coalitie niet wenste. Maar we zijn nog altijd de tweede partij van het land. Bovendien hebben we ook niet echt een keuze. Deze beslissing wordt ons als het ware aangereikt. Andere wegen zijn afgesloten. En dat heeft ook wel weer iets bevrijdends.”
Voor Noten is de keuze duidelijk. Op 7 maart helpt Nederland de nieuwe coalitie aan een meerderheid in de Eerste Kamer en kiest daarmee voor een landsbestuur, of er dreigt een voortgezette periode van instabiliteit. Een vergelijking met de onbestuurbare chaos van de Weimarrepubliek uit het vooroorlogse Duitsland is misschien een beetje overdreven. „Maar”, aldus Noten, „we zitten inmiddels wel al ruim een jaar zonder echte regering. En dan ben ik nog vriendelijk voor het kabinet-Balkenende.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.