recensie
Het is een van de beroemde scènes uit de televisiegeschiedenis. Niet zo vaak herhaald als de eerste slagen in de muur, of de neerstortende torens, maar het is toch ergens in het geheugen blijven kleven: dat opgewonden zootje ongeregeld dat eind december 1989 vanachter een tafel in een kale studio in Boekarest de Roemeense revolutie afkondigt. De roerende knulligheid van hun heldendom: vlaggen, windjacks, emotievolle dichtregels. De kersverse revolutionairen waren te zeer van de historische ernst vervuld om de boel direct weer te laten ontsporen, maar de chaos lag al op de loer.
En die chaos is nog steeds niet echt onder controle, zo vertellen de films van de nieuwe generatie Roemeense filmmakers, die deze week enthousiast werden onthaald op het filmfestival in Rotterdam. De sceptischer visie van de jongere generatie op de helden van de ’vreedzame’ revolutie komt ruim aan bod in het bijzondere filmprogramma ’Hot Spot Bucharest’.
Een Roemeense ’nouvelle vague’ wordt het werk van deze nieuwe generatie filmers al genoemd, al halen de mannen zelf daar wat laconiek de schouders bij op. Publicitair niet onwelkom natuurlijk, zo’n ’golf’, en de bekroonde regisseur Corneliu Porumboiu begon er bij zijn aanvaarding van de prijs voor het beste debuut in Cannes zelf ook over, maar er is ook teveel onderling gesteggel en gedoe om van een school of stroming te kunnen spreken. De mannen delen hun leeftijd (twintigers en dertigers), ze delen de Roemeense geschiedenis, en ze zijn allen op gegeven moment achter de camera beland, maar meer moet er nou ook weer niet in gezocht worden.
„We kennen elkaar wel, maar we werken niet samen”, vertelt een van de regisseurs die voor het programma naar hier is gereisd, Radu Jude, de maker van ’A tube with a hat’, in de lounge in Rotterdam. „We delen ook geen programma of manifest. We maken ieder onze eigen films.”
Maar ze komen wel overeen in hun innemende, onderkoeld droge humor. In deze films van de nieuwe generatie zie je niet de galopperende paarden die in de films van voor de revolutie de hang naar vrijheid moesten symboliseren. Geen gewichtige filosofisch kunstzinnige prietpraat die een oudere Roemeense regisseur als Sergei Nicolaeescu graag tentoon spreidt. Ook geen dansende zigeuners of vampiers.
Het is meer een komisch realisme dat je in de films aantreft. Het zijn films die het absurde in het alledaagse geworstel zachtjes beklemtonen. Geen kolder of slapstick, maar wel milde zelfspot. Deze twintigers en dertigers die volwassen werden na Ceausescu hebben een onbekommerder maar ook kritischer houding tot het communistische verleden. Ze zijn kritisch over de oudere generatie die te vaak Ceausescu de schuld blijven geven van alle misère, maar ze laten de jongeren het ook nog niet al heel veel beter doen.
In het met de Camera d’Or bekroonde zeer geestige ’12.08. East of Bucharest’ doet Porumboiu verslag van een zeer knullige talkshow op de regionale televisie. De twee revolutionairen die vijftien jaar na dato gevraagd worden om op hun ervaringen terug te blikken blijken al rap poseurs. Op 22 december1989, om 12.08 – het moment waarop de helikopter van de Ceausescu’s opsteeg – hingen ze gewoon in het café en achter de tv, zoals de meeste Roemenen. De talkshowhost die hen kritisch ondervraagt blijkt ondertussen niet minder ijdel met zijn pedante verwijzingen naar Plato en Heraklitus.
Hilarisch is ook de korte film ’Humanitarian Aid’ waarin drie westerse hulpverleners met overvloedige drank en maaltijden enthousiast ontvangen worden in het dorp waar ze hulp gaan verlenen. Ze drinken en eten tot een paar dagen later het tijdstip van vertrek weer is aangebroken en zij met een busje vol drank en eten het dorp verlaten. Een paar Roemeense meisjes zijn erg verdrietig.
In de korte film ’A tube with a hat’ sjouwen een vader en zijn zoontje een hele dag met een enorm vierkant gevaarte in een vuilniszak eerst door grasland, modder, en dan met de bus richting stad. Daar blijkt het gevaarte een oude tv te zijn die door een oude mecanicien weer tot leven moet worden gebracht.
Het Roemenië dat er uit opdoemt is een best aandoenlijk land; diep in de ban van soap-opera’s en cartoons op televisie bijvoorbeeld. Een land waar nog steeds veel wordt gesjacherd en geritseld met leningen en smeergeld, koffie en sigaretten. Het is een land waar de generatiekloof tussen de oudere en de jongere generatie heel groot is. „Het zijn ook twee geheel verschillende werelden” meldt Corneliu Porumboiu bij een ochtendkoffie in Rotterdam. „De ouderen zijn opgegroeid tijdens Ceausescu met twee uur propaganda op televisie; de jongere generatie heeft internet, diverse zenders, vrij onderwijs. Die kloof overbrug je niet zomaar.”
En dat postrevolutionaire Roemenië is dus ook nog lang niet op orde. De filmmakers zuchten schouderophalend wanneer je begint over het ’Centrul National al Cinematogrfiei’(CNC). Het nationale filmfonds kent één keer per jaar via een wedstrijd subsidies toe, en meestal gaan die dan naar de oudere generatie. „Juryleden laten zich omkopen, en daar valt niets aan te doen want bewijs maar eens dat het ene script beter is dan het andere”, zegt Radu Jude. Hoop schuilt er nu wel in het buitenlandse succes, dat zowel nieuwe buitenlandse financiers oplevert, alsook het allang verdwenen Roemeense publiek nieuwe interesse geeft. En de prijzen zetten het fonds onder druk om nu wel de juiste plannen te honoreren.
Ondertussen blijken de regisseurs in de talkshows in Rotterdam al precies zo ’Roemeens’ als hun films. Alles relativeren. Het was niet vooropgezet, nee, de filmcarrière. Piorumboiu ontdekte op school dat hij eigenlijk een hekel had aan management, Jude zou meester in de rechten worden maar, saai eigenlijk, rechten. Ja, er worden hele goeie films gemaakt in Roemenië, maar ook veel bizar slechte films, aldus Jude. ’Hoe veranderde mijn leven na Cannes? Ik ben getrouwd en ik heb een dochter nu’, grijnst Piorumboiu. Op het eerst gezicht geen mannen voor de lange termijn, maar dat verandert bij een tweede ontmoeting. In een nader gesprek betonen ze zich serieus en ambitieus. Zij het niet al te optimistisch over de toekomst.
’De ellende van de Roemenen is dat ze niets serieus nemen’ wil Radu Jude desgevraagd nog filosoferen over de volksaard. ’Dat is een handige eigenschap als er erge dingen gebeuren, maar het werkt niet echt mee als je iets moois van de grond wil krijgen’.
Het moge duidelijk zijn dat déze Roemenen dat nadeel vooralsnog in een voordeel hebben omgetoverd.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.