*

 

Op reis met Zhang, Li Tsji, drugs en een mobieltje

Ger Leppers − 17/03/07, 00:00

recensie

Het overkomt iedereen wel eens: je zit ’s avonds wat te zappen en blijft hangen bij een spannende achtervolgingsscène waar maar geen einde aan komt. Wie achter wie aanzit, en om welke reden, wordt maar niet duidelijk. Maar de verfilming is zo meeslepend, dat die onwetendheid geen bezwaar is.

Iets dergelijks overkomt de lezer van de nieuwe roman van de Brusselaar Jean-Philippe Toussaint, die sinds zijn eigenzinnige debuut ’De badkamer’, zo’n twintig jaar geleden, een prominente plaats bekleedt in de Franstalige literatuur. Bij het lezen van ’Vluchten’ heb je voortdurend de indruk dat dit verhaal onderdeel is van een groter geheel, een plak van de cake. Terecht, want de hoofdpersoon en zijn vriendin Marie figureerden ook al Toussaints vorige roman ’Liefde bedrijven’, maar kennis van dat boek is niet nodig om van dit nieuwe boek te genieten.

Er is veel dat binnen het bestek van deze nieuwe roman duister blijft, maar het aardige is dat je daardoor als lezer juist bijzonder gaat letten op de vele, vaak prachtige, gedetailleerde beschrijvingen in het boek, speurend naar wat hun verborgen betekenis zou kunnen zijn. Wie ooit ’s zomers in Peking was, waant zich weer helemaal terug wanneer hij een passage leest als deze: ,,Achter op de motor gezeten voelde ik hoe een scherpe stadsgeur kwam aandrijven op de warme wind die me in mijn gezicht blies. De lucht had zich de hele dag niet ververst en was nog bezwangerd met alle hitte die door de muren en het asfalt was opgeslagen, door het wegdek en de steen van de gebouwen, alsof de atmosfeer de thermische herinnering aan deze bloedhete dag had vastgehouden en in de zuurstofarme lucht sedimenten van roet, uitlaatgassen en stof waren gefossiliseerd.’’

Aan het begin van het boek landt de naamloze hoofdpersoon op het vliegveld van Shanghai. In opdracht van zijn vriendin Marie geeft hij er een enveloppe met 25.000 dollar af aan een dikke, louche en zweterige Chinees, Zhang Xhiangzhi, die op zijn beurt aan de hoofdpersoon een mobiele telefoon ter hand stelt, waarmee het contact met Marie te allen tijde verzekerd is. Deze Chinees stelt hem voor aan het meisje Li Tsji, en gedrieën reizen zij naar Peking. Geleidelijk neemt hun tocht het karakter aan van een filmachtige nachtmerrie, Zhang moet de Europeaan kennelijk ergens voor (of tegen?) beschermen, maar waarvoor of waartegen blijft in het ongewisse. Tegelijkertijd lijkt hij met Li Tsji onder één onduidelijk hoedje te spelen, en belet hij steeds elk intiem contact tussen de verteller en haar, hoezeer zij daar ook naar snakken. Keer op keer moeten ze op bevel van Zhiang ergens wegvluchten. Een enveloppe met drugspoeder beschermt Zhang de hele reis lang met zijn leven.

De hoofdpersoon ondergaat dit alles met komische gelatenheid. Van Marie en haar vrienden, zo lijkt hij berustend te denken, kun je nou eenmaal de gekste dingen verwachten.

Dan gaat plots zijn mobieltje. Het is Marie, die hem mededeelt dat haar vader op het eiland Elba, waar hij een huis had, is overleden. De hoofdpersoon vliegt naar Italië, woont de begrafenis bij, en verenigt zich op het zeer idyllisch beschreven eiland weer met Marie, in een combinatie van hartstocht en fatalistische berusting, hoewel hun verhouding op afbreken stond. Einde verhaal.

Het is aan de lezer om uit te maken wat dit alles betekent. Is er sprake van een verre echo van de Odyssee? Toussaints boek deelt er de avontuurlijke reis vol gevaren mee, die eindigt met een hereniging met de partner op een eiland in de Middellandse Zee. Of is dat te vergezocht en te pretentieus? In elk geval blijft de lezer van ’Vluchten’, na afloop van een meeslepend leesavontuur, zitten met een aantal intrigerende vragen waarvan het een genoegen is om ze nog even in het hoofd te laten ronddraaien.

mailIcon print |