*

 

Bij Introdans doen klassiekers het goed tussen het nieuwere werk

Sander Hiskemuller − 05/02/07, 00:00

opinie

Introdans met ’See the Music’. Gezien 2/2 Schouwburg Arnhem. Tournee t/m 25/6. www.introdans.nl

Sla de uitlijsten er op na en je verbaast je hoe veel nieuwe choreografieĆ«n er in Nederland elke week in première gaan. De meeste zullen snel in vergetelheid raken, meesterwerken zullen ondanks die enorme dansproductie een zeldzaamheid blijken. Met het Introdans-programma ’See the Music’ wordt dat met twee klassiekers tussen nieuw(er) werk evident.

Ed Wubbe’s ’De dood en het meisje’ (1989) op Schuberts strijkkwartet, live uitgevoerd door het gelegenheidsensemble Marsyas Kwartet, is zo’n ballet dat de Nederlandse dansannalen heeft gehaald en Introdans brengt het terecht weer op de planken.

De fraai-frêle gastdanseres Heloïse Vellard als het Meisje, danst met de altijd subliem presterende Femke Feddema die lyrisch en toch stevig gestalte geeft aan de Dood. Prachtig ingebed tussen Wubbes hoofse groepsdansen waarin Schuberts muzikale stemmingswisselingen met de vereiste gevoeligheid prachtig worden uitgevoerd. Met recht een tijdloze klassieker!

Mooi contragewicht aan Wubbes lyrische schwung geven de strenge groepsformaties in ’Concerto’ (1993), een bewezen klassieker van Lucinda Childs, de koningin van de Amerikaanse postmoderne dans die zelf het werk bij Introdans kwam instuderen. Ook dit meest ’balleteske’ werk uit Childs’ minimalistische oeuvre weet de tand des tijds te doorstaan, met een strak lijnenspel van mathematisch uitgestippelde variaties in bewegingsrichting. De lastige telling op Gorecki’s concert voor klavecimbel en strijkorkest weet het de Introdansers nog knap moeilijk te maken, maar na wat ’indansen’ zal dit ballet evenals ’De dood en het meisje’ ongetwijfeld als een pak gegoten zitten.

Dat kan niet worden gezegd van Patrick Delcroix’ ’Sous le rythme, je...’ dat in 1996 voor Djazzex werd gecreĆ«erd en nieuw is op het Introdans-repertoire. Ondanks de door de dansers zelf geproduceerde ritmes, wil dit esthetisch doordachte maar nergens echt interessante danswerk, oprecht gaan swingen.

Bedoeld als ritmische evocatie van menselijke groei en ontwikkeling – de dansers komen bij aanvang letterlijk uit een soort cocon gekropen – is de choreografie op muziek van Motel Bokassa en het Kronos Quartet voorspelbaar ’tribaal’ maar ook overgoten met een wringend academisch sausje.

Ben Holders gloednieuwe ’Daylight’ bewijst hoe belangrijk het is dat een dansmaker een eigen signatuur ontwikkelt, iets wat deze als prille choreograaf opererende gezichtsbepalende danser van het gezelschap nog ontbeert.

De muziek van Simon Jeffies (Penguin Cafe Orchestra) heeft niet veel om het lijf en wordt daarbij ook als niet veel meer gebruikt dan terloops behang voor een al even terloopse en overvolle choreografie.

Een dansant schimmenspel van danseressen die als reuzinnen de dansers intimideren, daarop volgen ’speels’ uitdagende duetten waarin de rokken wulps uitdagend wapperen, resulterend in een ’Spirit of the Dance’-achtige finale. De felle kleurtjes van de kostuums zijn schreeuwerig exemplarisch in het idee om vooral maar lichtvoetig te zijn. In aanvang is de choreografie in alle luchtigheid best verfrissend, maar al gauw vervliegt het in niemendallerigheid.

Uit ’See the Music’ blijkt dat een meesterwerk inderdaad niet snel is geboren; alle lof voor Introdans om jong talent toch deze kansen te geven.

mailIcon print |