recensie Waarom is het boek van Jimmy Carter over het conflict in het Midden-Oosten met zoveel bijtende kriti ek overladen? Volgens Eildert Mulder is de gewezen Amerikaanse president voor sommigen een lastpost en een spelbreker. Want hij heeft met de Camp David-akkoorden van 1978 bewezen dat er wel degelijk zaken te doen zijn met moslims. Niet iedereen is daar blij mee.
Boeiender dan het boek zelf is de storm die is opgestoken rondom Palestine, Peace not Apartheid van Jimmy Carter, oud-president van de Verenigde Staten. Kolommen zijn gevuld met verhalen over Carters vriendschappen met slechte Arabieren. Recensenten bespeuren zelfs antisemitisme bij de man aan wie Israël zijn grootste diplomatieke succes heeft te danken sinds de oprichting van de staat in 1948: het vredesverdrag van Camp David met buurland Egypte, in 1978.
Vooral het woord ’apartheid’ in de titel was een zweepslag, ook omdat het uit de mond komt van een ex-president van de VS die zich geweldig voor vrede tussen Israël en zijn buren heeft ingezet. Carter legt uit dat hij geen racistische apartheid bedoelt, maar apartheid die voortkomt uit de wens van Israëliërs om Palestijns land af te pakken. Hij geeft overigens ruiterlijk toe dat ook zijn pindaboerderij in Georgia op grond lag die in de jaren dertig van de negentiende eeuw was geroofd, van Indianen, die vervolgens naar Oklahoma zijn verbannen, in marsen via een route, die nog bekend is: de trail of tears.
Zo’n titel met ’apartheid’ trekt aandacht. Het nadeel is dat vervolgens een groot deel van de discussie gaat over dat woord apartheid. Maar dat is niet de kern, hoe bijtend Carters kritiek ook is op de Israëlische nederzettingen en andere narigheden die Palestijnen het leven zuur maken. De kern van het boek is een recept voor vrede dat Carter tijdens zijn presidentschap heeft toegepast en dat toen heeft gewerkt. Zijn advies is de draad van het vredesverdrag van 1978 van Camp David tussen Israël en Egypte weer op te pakken en vooral de grondgedachte daarachter.
Carters boodschap is eenvoudig. Toen hij probeerde Egypte en Israël met elkaar te verzoenen, wilden, denkt hij, de meeste inwoners van die landen ondanks alle vijandschap en trauma’s diep in hun hart vrede. Op dit moment willen de meeste Israëliërs en Palestijnen, wat ze ook mogen doen en roepen, een eind van het geweld. Wat in 1978 is gelukt, moet daarom ook nu mogelijk zijn.
Het is een optimistische visie waartegen op het eerste gezicht veel lijkt in te brengen. Zo zijn de machtsverhoudingen anders. In 1978 kon Egypte voor een geloofwaardige militaire dreiging zorgen, getuige de oorlog van oktober 1973 waarin de Egyptenaren het Israëlische front aan het Suezkanaal wisten te doorbreken. Israël had alleen daarom al er veel belang bij om vrede te sluiten. Het machtsevenwicht tussen Palestijnen en Israël daarentegen is totaal zoek. Dat is geen aansporing voor de sterkste partij, Israël, om over de brug te komen met concessies.
In 1978 stonden twee staten tegenover elkaar die sterk genoeg waren om afspraken na te komen. Dat is nu niet het geval. Nu regeert de vicieuze cirkel, ook – of juist – als er iets is wat lijkt op een verdrag, zoals dat van Oslo van 1993: op een terreurdaad van Palestijnse extremisten volgt een Israëlische strafmaatregel, die het Palestijnse bewind nog verder verzwakt, waardoor het nog minder in staat is om extremisten in te tomen. Bij elke terreurdaad loopt het Israëlische vredeskamp nog harder leeg, waardoor Israëlische extremisten de wind nog meer in de zeilen krijgen, met als gevolg nog meer nederzettingen in de Palestijnse gebieden, nog meer haat en een zo mogelijk nog zwakker Palestijns bewind.
Carter besteedt, een ander punt van kritiek, geen aandacht aan ongunstige ontwikkelingen elders in het Midden-Oosten. Hij zwijgt over Bin Laden of Al-Kaida, het geweld in Irak en het toenemende extremisme, dat er in zijn tijd als president ook wel was maar niet in dezelfde mate en vorm. Al die kwalijke zaken hebben ook een stempel gedrukt op het conflict tussen de Palestijnen en de Israëliërs. Onvriendelijk gezegd: Carter lijkt op de mensen in de Koran, die een paar eeuwen in een grot hadden geleefd en daardoor niets meer begrepen van de wereld om hen heen.
De verleiding is er om Carter weg te zetten als een wereldvreemde softie uit de jaren zeventig van de vorige eeuw. Maar toch knaagt de twijfel. Carters beschouwingen over wantoestanden in de Palestijnse gebieden zijn niet het werk van een dromer maar van een scherpe waarnemer.
Los daarvan verklaart de vermeende wereldvreemdheid van Carter de agressie tegen zijn boek en zijn persoon onvoldoende. Die titel met ’apartheid’ hakt er natuurlijk wel in maar de soms buitensporige vijandigheid tegen Carter lijkt vooral ideologisch.
De afgelopen jaren heeft, zeker na de aanslagen van 11 september 2001, de mening postgevat dat de culturele achtergrond van conflicten beslissend is. De aanvallen op de wolkenkrabbers in New York waren zo krankzinnig dat er wel iets grondig mis moest zijn met de cultuur en godsdienst van de daders.
Die opvatting beïnvloedde de kijk van mensen op het conflict tussen Palestijnen en Israëliërs en gaf munitie aan pessimisten. Het maakt verschil of je terroristisch geweld in de eerste plaats verklaart vanuit omstandigheden of uitsluitend vanuit de cultuur van de dader. In dat laatste geval is elk vergelijk uitgesloten en kun je er ook maar beter niet naar streven.
Voor aanhangers van die filosofie, die het tij de afgelopen jaren mee hadden, is Carter een lastpost, die hun wereldbeeld ondermijnt. Want Carter heeft met het verdrag van Camp David bewezen dat het mogelijk is zaken te doen met Arabieren en moslims. Sterker nog, het bleek niet alleen mogelijk dat verdrag te sluiten, het hield zelfs stand. Want het Midden-Oosten mag dan nog zo zijn veranderd sinds 1978, de vrede van Camp David staat nog steeds recht overeind. En dat is niet omdat de Egyptenaren en de Israëliërs zoveel op elkaar zijn gaan lijken of elkaar zo innig lief hebben gekregen. De culturen van hun beide landen zijn zeer verschillend gebleven maar ze bleken wel vrede te kunnen sluiten en te kunnen bewaren.
Carter is een spelbreker voor mensen die denken dat culturele verschillen onoverbrugbare kloven tussen mensen scheppen. De vrede van Camp David bewijst het tegendeel en het belang ervan stijgt daarmee uit boven het niveau van de regeling van een regionaal conflict. Niet iedereen is daar blij mee.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.