recensie
Hoe komt het toch dat Nederlanders in de lach schieten als het over hun eigen zware criminelen gaat? Ergens midden in ’De tiende vrouw’ komt deze terechte vraag aan de orde. Maar auteur Roel Janssen draagt wel hard bij aan de leut. Want dit op de Amsterdamse onderwereld gebaseerde boek vond ik vooral hilarisch.
Het verhaal begint vrij serieus als Tessa Insinger - die trekken van prinses Mabel heeft - aan boord stapt van zeiljacht Joyeuse. Ze is vermomd als journaliste en wil tijdens het zeezeilen een reportage maken van schipper en projectontwikkelaar Eric Pincoff - lees Willem Endstra.
Tessa is mooi, intelligent en doelgericht. Zo’n type dat altijd een condoom bij de hand heeft, en seks en zaken zonder scrupules mixt. Haar werkelijke doel is wraak.
Aan boord bevindt zich ook Bobby, een zwaarlijvige onbehouwen bruut uit Chili, met permanent een automatisch geweer naast zijn kooi. Hij is al net zo herkenbaar: Charlie, de bodyguard van Klaas Bruinsma (’Mabel, ken je me nog?’).
Het verhaal komt goed op gang met de intrede van gangsterduo Willem Lodderer – die zijn scooter achterin een zwarte hummer bewaart - en Sjon Muizenman. De laatste bouwt achter zijn Belgische villa een tropisch moeras met krokodillen.
De twee staan natuurlijk voor Willem Holleeder en John Mieremet. Grof, seksistisch, gewelddadig en gewetenloos zijn ze. Toch moest ik hard om ze lachen. „Economie”, zegt Sjon tegen Willem, dat betekent: „jij hebt een miljoen en ik pak het van je af zonder dat jij me daarna overhoopschiet.”
Janssen, financieel-economisch redacteur bij NRC Handelsblad, zet zijn kennis in, zonder er een saai college van te maken. Tessa ontrafelt al zeilend - tussen schietpartijen en orkanen door - hoe witwassen en afpersen in zijn werk gaat. Dat levert geen gillende zenuwen-thriller op, wel een humoristisch, leerzaam en soepel lezend boek.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.