recensie Een biografie van Bin Laden, de geschiedenis van het moslimfundamentalisme, en een schets van de Amerikaanse reactie, dat alles in één boek.
Zonder Osama bin Laden hadden de Twin Towers in New York nu nog recht overeind gestaan en zou er ook geen vergelijkbare terroristische aanval op de Verenigde Staten zijn geweest. Zonder hem was de regering-Bush ook niet overgegaan tot de omvangrijke War on Terror en was het drama van de inval in Irak eveneens achterwege gebleven. En Saddam Hoessein zou waarschijnlijk nog president zijn geweest.
Het is een intrigerende denkpiste waartoe de Amerikaanse journalist Lawrence Wright in zijn fascinerende boek ’De toren van onheil’ de aanzet geeft. Hij voert een karrenvracht aan argumenten aan om het belang van de figuur van Bin Laden te onderstrepen. De Saoediër wist van de talloze, vaak obscure islamitische bewegingen die in jaren tachtig en negentig opkwamen een eenheid te maken. Door hem kwam er een internationaal leger voor de jihad tot stand. Samen met kompaan Ayman al-Zawahiri kreeg hij volgelingen zo gek zelfmoordenaars te worden: ’zij zijn onze raketten’, in de woorden van een kaderlid van Al-Kaida.
Bin Laden trok zich niets aan van waarschuwingen uit eigen kring dat bij grootschalige aanslagen onschuldige burgers, misschien wel gelovige moslims, zouden sneuvelen - waar gehakt wordt vallen nu eenmaal spaanders. De terrorist toonde binnen zijn kring leiderschap en was op beslissende momenten standvastig. En - misschien wel het allerbelangrijkste - hij koos de Verenigde Staten uit als vijand en als doelwit: ,,Het doden van Amerikanen en hun bondgenoten, zowel burgerlijk als militair, is een individuele plicht voor elke moslim die dat kan doen, in elk land waar het mogelijk is dat te doen.”
Lawrence Wright, die vorig jaar voor zijn boek de begerenswaardige Pulitzerprijs voor non-fictie kreeg, schets uitvoerig de achtergrond van Bin Laden. Hij vertelt over z’n afkomst, jeugd, opleiding, en carrière - het had weinig gescheeld of de man had permanent voor een eerzaam beroep gekozen en was geen terroristenleider geworden.
Maar het boek is veel meer dan louter een biografie van Osama bin Laden. Wright weet het leven van de man op een knappe en lezenswaardige manier in te bedden in de geschiedenis van het moslimfundamentalisme, te beginnen bij de moslimbroederschap die in de jaren vijftig in Egypte opkwam, via de strijd van de Taliban tegen de Sovjets in Afghanistan naar de activiteiten van Al-Kaida van de laatste tien tot vijftien jaar. De auteur geeft blijk van veel kennis en inzicht - hij heeft honderden mensen geïnterviewd, een klus waar hij jaren mee bezig is geweest.
Maar het boek gaat nóg verder. Wright beschrijft ook de reacties van het Westen op de opkomst van het fundamentalisme, en dan vooral die van zijn eigen land, de Verenigde Staten. Het is aandoenlijk om te lezen hoe de diverse veiligheidsdiensten in het duister tastten en niet wisten hoe dit gevaar in te dammen. De FBI (spionage in het binnenland) en CIA (in het buitenland) hielden al dan niet bewust informatie voor elkaar achter, met als gevolg dat de moslims die op 11 september 2001 vliegtuigen kaapten waarmee ze de Twin Towers en het Pentagon in Washington binnenvlogen zich ongehinderd op Amerikaans grondgebied konden ophouden. Terwijl zeker van enkelen van hen nota bene bekend was dat ze in de VS waren en dat ze zich verdacht gedroegen - want waarom zouden ze vlieglessen nemen? Aan de andere kant hadden de Amerikanen soms ook gewoon domme pech. Nog vóór 11 september waren ze Osama bin Laden op het spoor - hij was voor die datum ook uit de weg geruimd als de man niet op een voor hem goeie dag op het allerlaatste moment had besloten naar een andere plek te gaan.
Lawrence Wright voert halverwege het boek geheim agent John O’Neill op, hoofd Nationale Veiligheid van de FBI-afdeling in New York. Dat is een gouden greep, want zo maakt hij zijn toch vrij ingewikkelde verhaal met veel namen en begrippen een stuk inzichtelijker. De Amerikaan O’Neill, altijd perfect gekleed en liefhebber van een goed glas en een dure sigaar, is in veel opzichten de tegenhanger van de asceet Bin Laden, maar de auteur weet toch - enigszins gezocht - een overeenkomst te vinden: ze zijn beiden polygaam. De terrorist is vier keer getrouwd (op de vraag hoeveel hij kinderen heeft verwekt, zei hij ooit: „Ik ben de tel kwijt”), terwijl de FBI-agent er diverse vriendinnen en maîtresses op na houdt die van elkaars bestaan geen weet hebben, ook z’n eigen vrouw weet daar niets van.
O’Neill onderkent al vroeg het gevaar dat Bin Laden vormt en maakt verbeten jacht op hem, maar weet z’n tegenstander, mede door de blunders van zijn dienst en van de CIA, niet uit te schakelen. Eind augustus 2001, luttele weken vóór 9/11, neemt hij behoorlijk gedesillusioneerd ontslag bij de FBI en wordt hoofd bewaking van .... het World Trade Center in New York! Hij krijgt ook een kantoor in één van de Twin Towers. O’Neill weet na de aanslag uit de toren te ontkomen, maar gaat terug om mensen te redden. Die dappere daad wordt hem fataal: op dat moment stort de toren in, en hij komt om het leven. Het is een combinatie van navrant toeval, heroïek en dramatiek die er bij de Amerikaanse lezer moeiteloos ingaat.
Intussen houdt duizenden kilometers verder in de grotten van Afghanistan Bin Laden via een krakkemikkige radio bij hoe de door hem opgedragen operatie verloopt. Bij elke aanslag steekt hij weer een vinger omhoog, maar hij vergist zich: de terrorist gaat er vanuit dat het vierde vliegtuig ook z’n doel heeft geraakt, het Capitool of het Witte Huis, en steekt dus ten onrechte vier vingers de lucht in.
Wright heeft een mooi boek geschreven, een regelrechte pageturner en nog zeer informatief ook - wat wil je nog meer. Toen het vorig jaar in het Engels verscheen, kreeg het overal lovende recensies.
Jammer voor de Nederlandse lezers is de vertaling. Die rammelt. Op te veel plaatsen is de tekst woord voor woord vertaald en dan krijg je zulke zinnen: ,,Hij herkende O’Neill onmiddellijk als iemand die zijn obsessie ten aanzien van de dreiging van het terrorisme deelde op een tijdstip dat in Washington slechts weinigen die serieus namen.” Hoe krijg je het op papier.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.