opinie
’Toverzusters’ van theatergroep ToKiJo1. 7/1 Synagoge van Delft (14 en 19.30 uur), 28/1 De Erkel, Schiedam, tournee. www.toverzusters.nl
Lijkbleek en met een dolk in zijn bebloede rug gestoken wil de vermoorde koning nog snel voor aanvang wat bij de koffiebalie bestellen. Maar medeacteurs roepen hem terug: ’Naar de coulissen; ze mogen je zo nog niet zien!’
De koning is weliswaar dood, maar doolt als geest nog rond om er op toe te zien dat zijn moordenaar ontmaskerd wordt.
Onder regie en in bewerking van artistiek leider Kiemlan Tjong Tjin Joe speelt het Rotterdamse gezelschap ToKiJo1 ’Toverzusters’ van Terry Pratchett. Het is een parodie op Shakespeare’s Schotse drama ’Macbeth’, met fors uitgebreide rollen voor de drie ’Macbeth’-heksen.
Bij Shakespeare komen de heksen amper het toneel op, in de ’Rotterdamse Macbeth’ vergaderen ze zowat om het kwartier in het woud. Getooid met zwarte puntmutsen zinnen ze daar op wraak voor de koningsmoord, genoeglijk kopjes thee drinkend. Ze praten niet hekserig, eerder als gewone mensen. Heks 1: ’Wanneer zien wij elkaar weer?’ Heks 2: ’Dinsdag heb ik nog wel een gaatje.’ En passant wordt de jongste heks verliefd op de (uit ’King Lear’ geleende) nar van koning Macbeth. Ze filosoferen over hun eigen roeping: ,,Je bent pas een echte heks, als anderen je zo behandelen.”
Hoewel hij zijn koning vermoordt en de kroon en troon verschalkt, wordt Macbeth in dit stuk geen koning maar hertog. Dus is zijn Lady Macbeth kortweg ’de hertogin’. En wat een serpent van een hertogin. Wat die giftig krijsen kan: ’Pak die heksen op! Ze moeten belasting betalen!’ De heksen zijn welbeschouwd het geweten van het volk, dat zucht onder het schrikbewind van Hertog Macbeth die niets liever doet dan de hutjes van zijn onderdanen platbranden.
Zoals het een schurk betaamt kan Hertog Macbeth zich niets meer van de koningsmoord, die hij wel degelijk en eigenhandig pleegde, herinneren. Zijn geweten stelt hem op de proef, waardoor de hertog aanhoudend kermt: „Ik heb het niet gedaan, ik was er niet bij, ik sliep op dat moment, ik heb de dolk niet in zijn rug geplant en hem toen van de trap geduwd.”
Het uit ’Hamlet’ geleende toneelstuk-in-het-toneelstuk met ’toneelspelers uit Tonelië’ moet uiteindelijk de waarheid aan het licht brengen. Met allicht Hertogin Macbeth als gillende toeschouwster: „Jullie toneelspelers zijn allemaal leugenaars!”
Het oprukkend woud dat bij Shakespeare Macbeths einde inluidt, is in deze voorstelling hooguit als knipoog aanwezig als de hertog neerzijgend verzucht: „Wat staan hier toch veel bomen!”
Hertogin Macbeth komt daarentegen glorieus aan haar terechte einde. Daartoe aangezet door de drie heksen, komen nu ook alle wouddieren en bosvogels tegen de hertogelijke terreur in opstand. De acteurs tsjilpen, loeien, kwaken, keffen, grommen, miauwen, oehoeën en mekkeren dat het een lust is. Hertogin én publiek krijgen een stortvloed aan speelgoeddieren naar het hoofd gesmeten. Uit, uit, korte kaars; meer dan een schaduw is het leven voor kwaaie hertoginnen niet.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.