opinie
’Dogville’ naar de gelijknamige film van Lars von Trier, bewerking Christian Lollike, bij het Ro Theater. T/m 7 januari in de Rotterdamse Schouwburg. Daarna tournee t/m 24 februari.
Jarenlang was de Rotterdamse schouwburg tijdens de kerstvakantie de plek waar amusante en provocerende voorstellingen de hele familie naar het toneel noodden. Dit jaar is dat ook wel het geval, maar de gebeurtenissen die hun beslag krijgen in ’Dogville’ zijn buitengewoon grimmig: het neermaaien van een hele dorpsgemeenschap.
Laat ik er wel meteen bij zeggen dat dat gebeurt op een choreografisch werkelijk prachtige manier. De leerlingen van het Jeugdtheater Hofplein vallen allersierlijkst en tegelijk overtuigend neer bij de stengunroffels. De angstaanjagende ontknoping wekt ook gevoelens van mededogen, van een besef dat gerechtig- heid op aarde een breekbare, ja broze balans is van goed en kwaad. Een echte familievoorstelling dus, die aanleiding kan zijn voor een geweldig gesprek tussen de gezinsleden.
Temidden van de vele personages die door een grote cast worden gespeeld in de regie van Pieter Kramer, is de centrale rol die van Grace, een gangsterdochter die voor haar vaders bende op de vlucht is en in Dogville, ’Hondsdorp’, belandt. Jacqueline Blom heeft er een ijzersterke én kwetsbare vrouw van gemaakt die je in de vrij lange voorstelling gefascineerd blijft volgen. Haar belangrijkste tegenspeler is de dorpsfilosoof Tom Edison. Frank Lammers laat overtuigend een man zien die het goede wil en uit is op de redding van een belaagd medemens, maar die verstrikt raakt in weerzinwekkende hersenspinsels. Als hij in de slotbeelden eigenhandig door Grace om het leven wordt gebracht, heb je het verontrustende en geruststellende gevoel dat nu een warhoofd minder zijn boze werken kan verrichten.
De cast is te groot om alle rollen apart te belichten. Ik noem nog Tom Kas als de verteller die de episoden aan elkaar rijgt en je de sprongen in de tijd laat maken, en Aat Ceelen als de appelboer Chuck die als eerste Grace zal misbruiken in de dienstbaarheid waarmee zij zich ter beschikking stelt van het dorp. Een aparte belevenis is de vormgeving van het toneelstuk. Lars von Trier, een van de opstellers van het Deense Dogma-95 manifest, waarin een revolutionair andere manier van filmen werd bepleit, nam zijn film op in een grote, lege hangar waarin krijtlijnen de contouren aangaven van het dorp. Zoals decorontwerper Paul Gallis enige tijd geleden in deze krant vertelde, bedachten hij en Pieter Kramer (meer cineast dan regisseur) omgekeerd een filmische vormgeving. De vele locaties worden aangegeven met verrijdbare ’props’. Boven de spelers hangen de camera’s. Als het lente is, daalt een bloemendoek neer, in de herfst ruisen takken met rode appels.
Omdat ik de film nooit gezien heb, vroeg ik me vooral in het begin af waar de wat trage scènes toe zouden leiden. Maar op een meesterlijke manier trekken de spelers je de vreselijke woorden die gezegd en dingen die gedaan worden in deze ziekmakende gemeenschap binnen en nagelen je aan je stoel in de verbijsterende afloop.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.