recensie Vlot, oversekst, leeg: zo oogt op het eerste gezicht de nieuwe roman van Thomése. Maar zo zal deze serieuze, kritische auteur dat niet bedoeld hebben. ’Vladiwostok’ is dan ook iets heel anders: een goed geslaagde pastiche. Een soap die, zonder te moraliseren, afkeer opwekt voor de soundbite-cultuur die Nederland in zijn greep heeft.
P.F. Thomése is een schrijver met een rijk geschakeerd palet. Hij schrijft verhalen over vergeten historische figuren, maar ook over de dood van zijn eigen kind, en evenzo over moderne mensen van onze tijd. Zijn stijl lijkt met de onderwerpen te wisselen, ingetogen en filosofisch bij ’Schaduwkind’, plastisch en evocatief in ’Zuidland’, uitgelaten en kosmisch in ’Heldenjaren’. Zonder hem ook maar enigszins tekort te willen doen kun je zijn verhalen en romans ook beschouwen als stijloefeningen van een woordkunstenaar.
Zijn jongste roman ’Vladiwostok!’ wordt op de achterflap niet aanbevolen door critici van naam maar door tv-presentator Matthijs van Nieuwkerk. Een welbewuste keuze, dunkt me, want het boek duikt vol overgave in de voosheid van de media-cultuur. Het is geschreven in de vlotst denkbare stijl, en het gaat over twee carrièremannen in de wereld van media en politiek, hun stompzinnige zelfgenoegzaamheid en ondiepte, hun soundbites en de lullige lijken in hun kast. Het is daarmee helemaal een boek van onze tijd, over mannen met een meer dan grote bek, een klein hartje soms, en vol van oppervlakkige, opportunistische emoties. Helden van onze tijd. Qua atmosfeer sluit ’Vladiwostok!’ zodoende aan bij romans als ’Het grote baggerboek’ van Ilja Leonard Pfeijffer en ’Art. 285b’ van Christiaan Weijts.
De jongste Thomése zou best eens een lekkernij voor televisiekijkend en mediabewust Nederland kunnen zijn, met een levensecht, sappig, lekker onthutsend portret van onze wereld. Maar wil de schrijver het ook werkelijk bij zo’n min of meer realistisch beeld laten? Nee natuurlijk. Het is de auteur van het cultuurpessimistische pamflet ’De narcistische samenzwering’ erom te doen de decadentie en ondiepte van onze reallife-cultuur uit te meten. Je kunt dit boek moeilijk anders lezen dan als een onderhuidse aanval op de tijdgeest.
Het ’verhaal’ gaat alsvolgt. Fons Nieuwenhuijs is de gehaaide spin-doctor van de ambitieuze politicus Hans Portielje, vlotte prater, vrouwenversierder en ook nog ergens hoogleraar. Beiden hebben ze hun vaste vrouwen, Fons de mooie ex-tv-presentatrice Pam, Hans de aristocratische Margot van Heusden Altena. Maar vooral zijn ze bezig met hun eigen succes, en andere vrouwen. Zo blijkt zogenaamd kinderloze Fons bij twee liefjes een zoon en een dochter te hebben verwekt. Hans houdt het behalve met zijn vrouw en een vaste minnares, ook nog eens met diverse studentes.
Maar hun domme mannengeluk zal geen standhouden. Fons wordt gestalkt door een ex-liefje dat hun beider zoontje ongevraagd bij hem dumpt, Hans gooit tijdens een televisie-uitzending zijn eigen politieke glazen in door een zwaar getraumatiseerde vrouw de rug toe te keren. Exeunt, baring corpses, zouden we met Shakespeare geneigd zijn te zeggen; aan het eind gaan deze twee machistische flapdrollen ten onder aan hun eigen zelfingenomenheid.
Meest opmerkelijk aan ’Vladiwostok!’ is de stijl: hedendaags, opgewonden, oversekst. Thomése moet dit boek als een stilistische tegenhanger van zijn vorige, geserreerde (en overigens nogal mislukte) roman Izak hebben opgezet. Dat zie je wel vaker bij kunstenaars, na de ingetogenheid volgt de uitgelatenheid, of andersom, na de Akademische Festspielouverture de Tragische Ouverture.
’Vladiwostok!’ staat bol van de oppervlakkige waarnemingen. Zoals deze: „Journalistiek bestond uit handig gebruikmaken van clichés. Iets anders konden de mensen niet begrijpen. En wilde je gedijen, dan moest je je die clichés eigen zien te maken.” Of hier: „Hoeren, dat waren tegenwoordig net fotomodellen, met precies zo’n egale huid van glanzend playboypapier. Echter dan echt. Wat een lekkernij. Die business was behoorlijk opgepimpt, mind you, allang niet meer dat aftandse Hollandse gedoe met dik, wit vlees. Dankzij de internationale import.”
Thomése, de ernstige, ietwat klassieke schrijver, kan die ‘coole’ stijl verbazingwekkend goed aan. ’Vladiwostok!’ oogt hypermodern en actueel, Tom Wolfe zou ’t hem niet hebben verbeterd. Zelfs echt verdriet wordt als hapklare brokken opgediend. Over de getraumatiseerde vrouw: „Jammer voor haar dat ze niet zo goed overkwam. Zo afstandelijk. Zo bitchy. Het medelijden vloeide minder mooi uit over zo’n stroef oppervlak. Daar moest ze wat aan doen.” Emoties als verkoopproducten.
Als bittere satire op de televisie- en mediacultuur van onze tijd is ’Vladiwostok!’ dus geslaagd. Je mag aannemen dat de auteur er met opzet van heeft afgezien de psychologie van zijn hoofdpersonen uit te diepen en diepere lagen van onze cultuur aan te boren. En juist dat zet je aan het denken. Het effect van deze spiegel van onze tijd is namelijk dat je er op een gegeven moment schoon genoeg van krijgt, zoals je genoeg krijgt van druktemakers op een feest. Niets ernstigs is aan deze mannen besteed. Als bijvoorbeeld Fons quasi-gewetensvol maar eens de moeder van zijn zoontje gaat bezoeken blijft de aap in hem werkzaam: „Hij had zich nooit gerealiseerd dat Solana zo miserabel woonde. Dat zag je er van buiten niet aan af, aan die lekkere doos. Niet dat het hem wat uitmaakte. Hem interesseerden zulke dingen niet. Best wel geil eigenlijk, zo’n stukje sociale achterstand.”
Van die mentaliteit en dat taalgebruik word je op den duur doodmoe en dat is ook precies de bedoeling van Thomése. Langzamerhand krijg je een gruwelijke afkeer van deze holle wereld. Gelukkig klinkt niets in ’Vladiwostok!’ moralistisch: Thomése laat slechts zien en horen. De methode van echte schrijvers. De afkeer en walging die je na lezing voelt is dan ook een echt en onvervalst literair effect.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.