*

 

Wie duwde de bouwmeester van de dom?

Harriët Salm − 10/02/07, 00:00

recensie

Het is Keulen, in het jaar 1260. De jonge vuurroodharige arme sloeber Jacop steelt appels uit de boomgaard van het aartsbisdom. Die is gelegen naast de imposante bouwplaats van de dom.

Tussen de takken door ziet Jakop hoe een rijzige gestalte met lange blonde haren de beroemde dombouwmeester Gerhard Morarts van een steiger duwt. Gerhard valt te pletter. Jacop verliest van schrik zijn evenwicht, de moordenaar - was het de duivel? - ziet hem wegvluchten. En vanaf dan gaat alles in Jakops leven fout.

Het lang verwachte tweede boek van de 50-jarige Frank Schützing - naast auteur is hij directeur van een reclamebureau - is een bijna ouderwets jongensboek geworden. De Duitse schrijver van de drie jaar geleden verschenen lijvige kaskraker ’De Zwerm’ is dit keer de Keulse archieven ingedoken.

Het is een behoorlijk sprong terug in de tijd na zijn eerste succes, dat in de toekomst speelde. Maar met dezelfde gedegenheid waarmee hij zich toen verdiepte in de diepzee, milieurampen en hoe de wereldpolitiek daarmee omgaat, bijt hij zich ditmaal vast in de historie van de domarchitect, die inderdaad op mysterieuze wijze omgekomen schijnt te zijn.

Schützing slaagt er aardig in om de middeleeuwse stad tot leven te wekken, je ruikt de stank van de vismarkt, proeft de kou, de regen, het bijgeloof, de angst voor de dood. In die omgeving vindt de charmante stakker Jacop nieuwe vrienden - twee dronkelappen en een beeldschone meid - met wie hij het opneemt tegen het kwaad.

Toch ontbeert het op zich goed opgeschreven verhaal echte spanning. Daarvoor is de plot iets te kinderlijk en te voorspelbaar.

Ronduit saai beschrijft Schützing de samenzweringen van rijke Keulse handelsfamilies tegen de verschillende aartsbisschoppen. Ik had er papier en potlood bij nodig om de strijdende en dan weer overlopende partijen uit elkaar te kunnen houden. Dat leverde een soort huiswerk op, in plaats van leesplezier.

mailIcon print |