20.25 uur, Nederland 2
’Netwerk’ kreeg de unieke kans om vier maanden lang met camera, en zonder restricties, de artsen van de Intensive Care van het Erasmus Medisch Centrum in Rotterdam te volgen. Tijdens iedere dienst krijgen deze artsen te maken met de dood. Maar wanneer is iemand eigenlijk overleden, op welk moment mag je iemands organen uitnemen? Daarover gaat ’Tussen dood en overlijden’, de tweede minidocumentaire die vanavond te zien is in een extra lange uitzending van Netwerk.
Volgens de Nederlandse wet kun je op twee manieren overlijden: Iemand raakt hersendood of het hart stopt. „Je bent niet een beetje dood. Je bent het of niet. En we hebben met elkaar afgesproken dat je doneert nadat je overleden bent”, zegt prof. dr. Jan Bakker, hoofd Intensive Care van het Erasmus Medisch Centrum. Maar is er ook nog een grijs gebied?
In december 2006 wordt een jonge vrouw geopereerd aan een hersentumor. Tijdens de operatie treedt een complicatie op. De patiënt heeft voor de operatie aangegeven dat ze bij deze complicatie niet doorbehandeld wil worden. Zou de behandeling na de operatie zijn gestopt, dan was ze overleden. Maar omdat de vrouw al haar organen ter beschikking wil stellen voor transplantatie, wordt ze op de Intensive Care kunstmatig in leven gehouden. Volgens de wet moet ze voor donatie minimaal hersendood zijn. Dat is ze die ochtend bijna, maar net niet. Dus is ze volgens de huidige regelgeving nog niet beschikbaar voor donatie.
De artsen staan voor een dilemma. Moeten ze doorbehandelen tot de vrouw alsnog hersendood raakt, met als voordeel dat daarna al haar organen getransplanteerd kunnen worden? Of moeten ze de behandeling stoppen, zodat de patiënt overlijdt aan een hartstilstand, met als nadeel dat hierbij slechts een deel van de organen bruikbaar is? De artsen beslissen uiteindelijk om niet door te behandelen.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.