*

 

’Als jij maar gelukkig wordt’

Dorien Pels − 09/10/07, 00:00

recensie Homojongeren die worstelen met hun identiteit krijgen antwoord op al hun vragen in het toegankelijke boekje ’Out!’.

Jongeren die het ontluikende idee hebben dat ze homoseksueel zijn maar daar nog niet voor uit durven komen, moesten tot voor kort moeizaam op zoek gaan naar antwoord op hun vragen. Maar nu is er het boek ’Out! Alles over homoseksualiteit’ van journalist Bas Maliepaard en psychologe en seksuologe Sanderijn van der Doef.

De toon is luchtig, ook door de vrolijke illustraties van striptekenaar Floor de Goede (alias ’Flo’ ). Maliepaard en Van der Doef geven tips over hoe je het je ouders vertelt (’Soms moeten vaders en moeders even huilen’), dat je misschien voorzichtig moet zijn met oma’s en opa’s, omdat die uit een tijd komen dat homoseksualiteit nog gevoelig lag. Speciaal is er ook een paragraaf ’Vaders’: ’Vooral jongens zijn bang dat hun vader hen geen echte man zal vinden.’

’Out!’ is zo leuk omdat het veel meer is dan seksuele voorlichting alleen. Het boek past helemaal in de lijn van minister Plasterk die in de nieuwste Emancipatienota voorstelt om jongeren beter te begeleiden in de moderne geseksualiseerde cultuur. Ook voor heterojongeren zou zo’n handleiding in de verwarrende wereld van heteroseks een uitkomst zijn. De tijd dat je jongeren kunt beschermen tegen informatie die eigenlijk voor volwassenen bedoeld is, is door internet definitief voorbij. ’Out!’ toont hoe een voorlichtingsboek met dat gegeven om kan gaan.

Op een begrijpelijke manier worden allerlei aspecten uit de volwassen homocultuur uitgelegd: „Alle homokroegen en -disco’s en georganiseerde homofeesten in een stad worden samen ook wel de gayscene (geejsien) of homoscene genoemd”. Onder het kopje minder leuk staat eerlijk dat mensen in ’de scene’ nogal eens op seks zijn gericht en minder op relaties. Veel vaste bezoekers, dus met name jonge nieuwkomers vallen op. ’Soms lijkt het of er een vleeskeuring wordt gehouden.’

Het boek legt uit wat po(t)tenrammers zijn en wat er in darkrooms gebeurt. (’In darkrooms hebben mannen anoniem seks met elkaar. Ze gaan naar binnen en weten niet wie ze in het donker tegenkomen.’). Zonder te moraliseren waarschuwen de schrijvers wel: ’Een darkroom is geen veilige plek.’

Ook veel aandacht voor de risico’s van internet. Wees voorzichtig met privégegevens, bedenk dat foto’s of filmpjes van jezelf kunnen gaan zwerven over het internet.

In het hoofdstuk over seks staat helder beschreven welke vormen van seks homo’s kunnen kiezen, recht voor z’n raap maar nergens grof. Wel komen daarbij zo vaak de risico’s van geslachtziekten ter sprake, dat je je voor kunt stellen dat een tiener de moed wel eens in de schoenen kan zinken. De openhartige en vrolijke manier waarop jongeren in dit hoofdstuk zelf over seks vertellen, maakt overigens veel goed.

Over alle vooroordelen gaat het in het boek ook veel, zoals in het hoofdstuk ’Uit de kast niet op de kast’ De mogelijke reacties waarop jongeren zich moeten voorbereiden: ’Ach dat is alleen maar een fase. Daar groei je wel overheen’. Of: ’Dat komt alleen maar door die rare jongen/dat rare meisje met wie je omgaat’. En: ’Als jij maar gelukkig wordt’.

De luchtige kanten van de homocultuur krijgen aandacht, zoals de vraag wat homomuziek is (Abba, the Village people). ’Het is meestal heel blije, uitbundige muziek, waarop je lekker kunt dansen’. En wat is bijvoorbeeld een faghag? Fag is Engels voor homo en hag wordt wel gebruikt als naam voor sterke vrouwen. „Sommige meisjes lijken een soort homomagneet: het merendeel van hun vrienden is homo.” De Gaydar: een zesde zintuig waarmee homo’s andere homo’s zouden herkennen maar waarvan de wetenschap het bestaan nog nooit heeft aangetoond.

Er staan tests in (’Ben jij klaar voor je coming out’), interviews met bekende homo’s en vragen van jongeren worden beantwoord (’Houden alle homojongens van ballet en lesbische meisjes van voetballen?’).

Mooi en ontroerend zijn de vele uitspraken van jongeren zelf in het boek, zoals Koen, 17 jaar: „We zien de blikken van andere mensen niet meer. En ja, af en toe roept iemand nog wel: ’Vuile flikkers!, maar daar lachen we om. Die mensen weten blijkbaar niet wat liefde is.” Jade, 16 jaar: „Mijn vriendin is moslima. En dat betekent dat het onmogelijk is dat wij openlijk laten zien dat we iets hebben. Mijn moeder weet het wel en bij mij thuis kunnen we onszelf zijn. Maar daarbuiten doen we zelfs koeltjes tegen elkaar.”

mailIcon print |