*

 

Ze ligt in een rode plas. Wijn?

Jann Ruyters − 14/07/07, 00:00

recensie De korte verhalen van Jan Wijnen eindigen heel abrupt. De clou (wijn of bloed?) vind je pas als je terugbladert: als je het verhaal nóg eens leest.

’Het plezier van het korte verhaal schuilt in het feit dat de schrijver in een kort verhaal niets kan verhullen’’, schreef de Amerikaanse romanschrijver Jonathan Franzen eens. „Als hij niets te zeggen heeft, valt hij in een paar minuten door de mand.”

Voor die mogelijke val hoedt Jan Wijnen (1943) zich in zijn tweede verhalenbundel ’So sorry’ wel heel geraffineerd. Ben je aan het slot van een verhaal, dan ben je er helemaal nog niet. De abrupte eindes nodigen steeds uit tot nog een keer lezen. Kleine opmerkingen die je eerst niet opgevallen waren, geven een tweede keer een nieuwe draai aan wat je eerder las.

Neem het titelverhaal ’So sorry’. De hoofdpersoon heeft veel weg van de auteur. Hij heet Jan Wijnen en het zou ook best de grijze man in overhemd op de foto op de achterflap kunnen zijn. Een introvert type, geen vrouw, geen kinderen en ondanks een intense hekel aan school toch leraar geworden, begrijpen we uit het verhaal. Deze ’hij’ moet een grote weerzin overwinnen om zijn middelbare schoolreünie te bezoeken, maar kijkt dan toch op zijn neus als hij er voor een dichte deur belandt. Het feest blijkt afgezegd. Daar staat Wijnen dan. Voor de deur volgt een gesprekje met een joviaal oud-schoolvriendje dat hij eerst niet herkent. Deze man zegt iets over Jans eerste vriendinnetje die Jan ook al lang vergeten was. Impulsief belt hij haar op. Ze weet meteen wie hij is. Ze spreken af. Als Jan aarzelt om de lunchroom binnen te stappen waar hij zijn in haar moeder veranderde eerste liefde net naar binnen heeft zien gaan, houdt het verhaal plotseling op. „Dan ziet hij een taxi het plein opdraaien. Een lege.” Punt.

Was dat het? Hoezo houdt het hier op? De onzekerheid gebiedt om meteen weer terug te bladeren. Ging het verhaal bij eerste lezing over het saaie verleden van Jan Wijnen – een vergeten, vervelende oud-klasgenoot, een onbeduidende eerste liefde – als je het nog een keer leest blijkt het veel meer over Wijnen zelf te gaan. Een man die buiten is blijven staan. Een man zonder weemoed. Een maagd misschien. ‘So sorry’ blijkt geen herkenbaar verslag van een reünie maar een verontrustend zelfportret.

De beste verhalen in Wijnens tweede bundel – zijn eerste, ’Het kwade amen’, werd genomineerd voor de Debutantenprijs - gaan vaker over zulke in zichzelf opgesloten antihelden; mannen die ergens omheen leven, mannen met een écht geheim ook vaak, meestal van seksuele aard en variërend van verborgen homoseksualiteit en travestie tot aan pedofilie en moordlust. Het zijn verhalen waarin de hoofdpersonen hun lafheid niet overwinnen. Wijnen is erg goed in het plotseling neerlaten van het gordijn, zonder zijn mannen zelf daarin te kennen. Hij stuurt niet aan op louterende bekentenissen of zelfinzicht. De lezer wordt wijzer, de hoofdpersonen blijven verliezers.

Zo ook in het zeer grimmige ’De Via Via-vrouw’ waarin een eerbare gepensioneerde politiecommissaris de strijd aanbindt met de pornoadvertenties in de door zijn vrouw stuk gelezen ’Via Via’. Het verhaal volgt de verontrustende gedachteloop van de man die eerst alleen maar wat wereldvreemd schijnt. Hij noemt zijn vrouw ’Generaal’. Hij gaat ’s ochtends al aan de whisky die hij voor haar verbergt. Dan gaat hij op stap en van het ene moment op het andere vinden we hem terug in een kamer naast een vrouw die hij vanwege haar advertentie heeft opgezocht. Ze ligt in een rode plas. Wijn? – vraagt de man zich af. Ook hier weer de noodzaak om terug te lezen op zoek naar clous die je eerder waren ontgaan.

Niet alle verhalen zijn overigens even sterk. Zo is de blinde vrouw die haar begeleider verleidt in ’Scenario’ zeer voorspelbaar een actrice. Maar toch, ook in dit verhaal valt de puzzel de tweede keer pas echt op zijn plek. Niet de vrouw is blind, maar de man die in haar val loopt. Het is die wisselwerking van onschuld, ontkenning en sukkeligheid die ’So sorry’ raffinement en samenhang verleent en zijn soms heel bittere, soms mild droefgeestige nasmaak.

mailIcon print |