*

 

Onbekende multitalenten

Henny de Lange − 28/06/07, 00:00

Zowel vader als zoon Willem G. van de Hulst was veelzijdig getalenteerd. Twee exposities belichten ook hun minder bekende werken.

De zwarte labrador Bas loopt kwispelend door het Stedelijk Museum in Vianen en snuffelt aan de schilderijen die nog onuitgepakt op de vloer staan. „Toen mijn vader nog leefde, kon ik aan de kleur van Bas’ staart vaak zien met welk doek hij bezig was. Altijd was hij in het atelier en dan zwiepte hij regelmatig met zijn staart langs de nog natte verf van de schilderijen.”

Er komen veel herinneringen boven bij Wim van de Hulst tijdens het inrichten van de tentoonstelling van het werk van zijn vader, Willem G. van de Hulst (1917-2006). Nog geen jaar geleden overleed de kunstschilder, beeldhouwer en schrijver, die bij het grote publiek vooral bekend is van de illustraties die hij maakte voor de kinderboeken van zijn vader W. G. van de Hulst sr. Zijn kinderen Wim en Rose Marijne van de Hulst, die zijn nalatenschap beheren, willen met deze expositie niet alleen aandacht vragen voor zijn veelzijdige en omvangrijke oeuvre. Ze willen ook duidelijk maken dat zijn vrije werk niet los gezien kan worden van zijn illustraties.

Dertig jaar verdiende Willem G. van de Hulst zijn brood met het illustreren van de kinderboeken van zijn vader, de meester van de protestants-christelijke jeugdliteratuur. Op zijn vijftiende maakte hij zijn eerste illustraties voor ’In de soete Suikerbol’. Op 17-jarige leeftijd werd hij toegelaten tot de Rijksakademie voor beeldende kunsten in Amsterdam. Na de opleiding maakte hij snel naam als illustrator van de kinderboeken van zijn vader. In 1946 debuteerde hij ook als auteur met het kinderboek ’Tippeltje’. Er zouden nog ruim dertig titels volgen, waaronder het hoorspel ’De smid Kamenov’, bundels korte verhalen en het autobiografisch getinte ’Maat, Getal, Gewicht’.

Pas na het overlijden van zijn vader in 1963 wijdde Willem van de Hulst zich volledig aan zijn vrije werk: tedere aquarellen, robuuste sculpturen en monumentale doeken. Tussen het schilderen en beeldhouwen door verbouwde hij drie schepen tot atelier en ontwierp en bouwde hij de drie bungalows waar hij met zijn vrouw en kinderen heeft gewoond. „Het was een gepassioneerde man die leefde voor de kunst”, zegt zijn zoon Wim. Maar zo bekend als zijn illustraties zijn – hij maakte er meer dan elfduizend – zo onbekend is zijn vrije werk gebleven. De enige overzichtsexpositie was in 1984 in het Singer Museum in Laren. Er waren wel kleinere tentoonstellingen in galerieën, ook in het buitenland, en twee jaar geleden verscheen het boek ’Zoekend naar het Licht’ over zijn levenswerk. Maar zijn veelzijdige talent is altijd wat onderbelicht gebleven. Wat wellicht een rol heeft gespeeld is dat zijn werk overwegend figuratief is, waarvan ’de officiële keuzeheren van de artistieke smaak een groot deel van zijn leven een afkeer hadden’, zoals oud-staatssecretaris van cultuur Aad Nuis fijntjes opmerkt in het voorwoord van ’ Zoekend naar het Licht’. En wat misschien ook in zijn nadeel heeft gewerkt is dat mensen die figuratieve kunst wel kunnen waarderen, weinig verwachten van iemand die ze vooral kennen als kinderboekenillustrator.

Van de Hulst heeft zich nooit bij een stroming aangesloten en werkte het liefst in stilte. Dat maakt dat zijn werk iets heel eigens heeft. Een van zijn favoriete onderwerpen was het ruige landschap van Normandië, waar hij een paar keer per jaar met zijn vrouw naartoe reed in een tot atelier omgebouwde bestelbus. Daar maakte hij schetsen en aquarellen die hij thuis uitwerkte in olie op doek. Stilte en leegte zijn belangrijke motieven in zijn landschappen die vaak opgebouwd zijn uit elementaire lijnen en kleurvlakken. Ze zijn nog net figuratief, soms bijna minimalistisch. Vaak duikt er een eenzame figuur in op. En altijd lijkt Van de Hulst gefascineerd door het spel van licht en donker. Jammer genoeg is het museum in Vianen zo klein dat maar een beperkt deel van zijn schilderijen en beelden kan worden getoond. Voor een van zijn meest indrukwekkende werken, ’De Metro’, waarin schimmige figuren in een donker metrostation zonder rails staan te wachten, ontbrak de ruimte. Wat zouden zijn imposante doeken prachtig uitkomen in bijvoorbeeld de Kunsthal, is een gedachte die automatisch opkomt als je voor een drieluik van de krijtrotsen in Normandië staat.

In niets doet het vrije werk van Van de Hulst op het eerste gezicht denken aan de illustraties die hij maakte. Daar heeft hij zich overigens nooit voor geschaamd, benadrukt zijn zoon Wim. Ook in de tekeningen voor de kinderboeken van zijn vader legde hij zijn hele ziel en zaligheid. Maar wie de tijd neemt om wat langer te kijken en vergelijken – er hangt ook een beknopt overzicht van zijn illustratieve werk – ontdekt dat de illustrator Van de Hulst toch niet los gezien kan worden van de kunstenaar. Zijn fascinatie met contrasten in zijn tekeningen voor kinderboeken – licht en donker, goed en kwaad, kou en hitte – domineert ook zijn schilderijen en aquarellen. Altijd lijkt de kunstenaar vanuit het donker op zoek naar het licht. Zelfs in zijn meest duistere landschappen duikt nog een lichtplek op, waar je als kijker haast naartoe gezogen wordt.

mailIcon print |