*

 

Schiedams Proveniershuis straalde luxe-woongenot uit

Cees Straus − 27/01/07, 00:00

Wie in Schiedam langs de havens en de vesten loopt, heeft het uitzicht op wat een van de mooiste Oudhollandse binnensteden lijkt. Op tal van plekken – zie alleen maar de rij molens die als ze draaien een sfeer à la Ruysdael oproepen – waan je je verplaatst naar een hoogst schilderachtig verleden.

Toch is de kwaliteit van dit stadsbeeld erg wisselvallig: lang niet overal is het verleden op respectabele wijze instandgehouden. Je ziet dat duidelijk als je het relatief kleine historische centrum verlaat, op weg naar Rotterdam of de grote uitvalswegen. Uitgerekend daar staat een nieuwe aanwinst van de stichting Hendrick de Keyser. Dat is een instantie die zich inzet voor behoud van architectonisch en historisch waardevolle huizen. De stichting wist onlangs een van de meest markante monumenten van Schiedam te verwerven, een complex dat de laatste jaren in verval is geraakt. Het gaat om het in de Overschiesestraat gelegen Proveniershuis dat werd beheerd door een woningbouwcorporatie. Die had het gebouw met zijn talloze eenkamerwoninkjes met geen ander doel dan huisvesting geëxploiteerd. Bij de overgang naar de nieuwe eigenaar is er voor de oude huurders niets veranderd. Gaan ze echter weg, dan wordt hun woning wel eerst gerestaureerd voor de nieuwe bewoner.

De laatste restauratie van het Proveniershuis is inmiddels al een ruime kwarteeuw achter de rug en een nieuwe renovatie is dringend gewenst. Aan de imposante voorgevel waar achter de eenkamerwoninkjes liggen, is dat niet af te zien. Het Proveniershuis is in feite aan de rand van het oude stadshart gesitueerd. Het staat nu met zijn achterzijde, waar een horecagelegenheid in de voormalige eetzaal is ondergebracht, naar het nieuwe stadskantoor gericht. Ooit stond het complex echt buiten de stadsmuren op een open stuk land. De reden daarvan was dat de voorganger van het Proveniershuis een instelling voor leprozen was. Elke zichzelf respecterende stad in de Middeleeuwen wilde nu eenmaal geen melaatsenkolonie in de dichtbevolkte binnenstad hebben. Van dit leprozenhuis zijn geen sporen meer terug te vinden. Aangenomen wordt dat het Proveniershuis wél op dezelfde plek staat. De functie van het gebouw veranderde ook: een proveniershuis was een instelling voor toekomstige bejaarden die zich voor een vaste som inkochten om zo verzekerd te zijn van een onbezorgde oude dag. Behoeftig of ziek waren ze zeker niet.

De gevel van het complex dat naar een ontwerp van Ary van Bol’Es (die het masterplan tekende) en Joseph Bollina (gevel en detaillering) is uitgevoerd, straalt luxe-woongenot uit. Bollina, een beeldhouwer uit het naburige Delft, heeft zich in de tweede helft van de 18de eeuw echt kunnen uitleven in rijke versieringen die goed passen in de toen actuele stijl Louis XV en rococo. De gevel wordt gemarkeerd door twee pilasters die niet door een basement worden gedragen (waardoor het eigenlijk lisenen zijn) die een slanke kroonlijst torsen. Boven de gevel uit rijst een zwaar opzetstuk op (als het een kabinet was zou je van een kuif kunnen spreken) die regentenwapens in reliëf laat zien. De kroonlijst oogt niet helemaal origineel meer. Hendrick de Keyser wil de gevel van het voorgebouw bij een komende restauratie (de stichting noemt de staat van dit deel van het complex ’redelijk’, het achtergebouw daarentegen is ronduit slecht) graag herstellen. Wie een kijkje achter de voorgevel wil nemen, kan overdag (9 en 16 uur) vrijelijk de binnenhof in lopen. De appartementen zijn niet toegankelijk.

mailIcon print |