recensie
Filmfestival Rotterdam: ’Children’ en ’Parents’ van Ragnar Dragason.
Ook in IJsland regeert de ’suburb’. Eén grote suburb misschien wel, dit eiland, zij het een die omgeven wordt door geisers en ijsvlaktes. Uit de boeken van thrillerauteur Arnaldur Indridason weten we dat de familiebanden tussen de homogene bevolking lang teruggaan, en dat het leven er toch niet zo heel gemoedelijk is. Allemaal vrij stilletjes deze familie- en of gezinsleden; ouders en kinderen, mannen en vrouwen, die hun eigen belang vooropstellen. Of als ze dat niet doen, uit onvermogen een wat rottige indruk wekken.
Dat beeld vind je ook in het tweeluik van de ’nieuwe’ IJslandse regisseur Ragnar Dragason. Twee films maakte hij, getiteld ’Children’ en ’Parents’, waarvan de laatste op het festival in Rotterdam zijn wereldpremière beleeft. Dragason zoomt in op moderne ouders die in IJsland al even onthecht schijnen als ergens anders. In ’Parents’, van de twee films de meest geslaagde, introduceert hij een jonge vrouw die na elf jaar haar ongewenste moederschap alsnog wil oppakken (wat dan niet lukt); een fondsenwerver die pas aan zijn dochtertje denkt als hij zijn boze vrouw wil paaien; en een tandarts die wel overloopt van vadergevoelens maar niet weet dat hij een zoon heeft. Genoeg aan ’Happiness’ herinnerende ongemakkelijke scènes in deze film, die gelukkig wel een lichte toon houdt.
In zijn somberheid over falend ouderschap staat Dragason overigens niet alleen dit jaar. ’Little Children’ ging buiten het festival in première, maar ook in Rotterdam draaien er meer films rond dit thema. ’Ik wil het je wel vertellen, maar je moet beloven niet boos te worden’, zegt de veertigjarige oude moeder tegen haar veertienjarige dochter in de Duitse Tiger Award-kandidaat ’Die Unerzogenen’. Tsja. De nieuwe verhoudingen in een notendop.
Ondertussen wordt de jongere generatie filmliefhebbers in Rotterdam ook ’ontvoogd’. Het festival heeft de oordeelvorming over de films naar de nieuwe media verschoven. De catalogus is nog steeds niet verschenen, de recensies uit de kranten worden niet meer opgehangen bij de zalen, maar iedereen kan wel zijn mening kwijt op de website. Bezoekers publiceren ook hun festivalschema’s op het web. Een beetje filmliefhebber kent zijn ’niche’ en bijbehorende ’community’. Je hoeft voor het nagesprek al bijna de hotelkamer niet meer uit.
Als oudere bezoeker ben je dan toch een beetje opgelucht als je op het einde van de dag per ongeluk de nieuwste film van filmmaker Michael Snow (78) binnenwandelt: vertrouwd experimenteel. Een handjevol bezoekers hangt in Venster 1 achterover op een zitzak en kijkt een uur lang hoe op een scherm een gordijn door de wind opbolt en zich dan weer vastzuigt tegen het raam. Je doezelt weg als bij een knapperend haardvuur totdat je je realiseert dat er helemaal geen raam is. Waar zuigt het gordijn zich dan aan vast? Even later is ook die vraag niet belangrijk meer. Ik kijk naar een vastgezogen gordijn dat opbolt, even wappert, en zich weer vastzuigt. Het leven zelf, in Rotterdam. Tijd voor een telefoontje met die verwaarloosde kinderen in de suburb.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.