recensie
Het lezen van ’Dansen in het donker’, de zevende roman van Caryl Phillips, roept gêne op. Niet omdat het boek zo slecht is, maar juist omdat de auteur beschamende situaties zo goed weet te schetsen, dat hij hoogst ongemakkelijke gevoelens oproept.
Phillips, die vaak over identiteit en rassenkwesties schrijft, heeft zich ditmaal verdiept in Bert Williams (1874 - 1922), een kleurling die met een negeract op Broadway furore maakte. Voor zijn optreden schminkt Bert zich veel zwarter dan hij is, en op de bühne zet hij een personage neer dat het prototype is van de onhandige, domme, meelijwekkende neger. Gênant genoeg slaat deze act in als een bom.
Voor Williams is dit natuurlijk een uiterst dubieuze triomf. Met zijn karikaturale personage versterkt hij de lage dunk die blanken van negers hebben. Of zoals zijn collega hem voorhoudt: ,,De blanken bescheuren zich om je, de kleurlingen in het publiek lachen om niet in huilen uit te barsten.’’ Maar Bert weet dat hij in andere rollen niet half zo veel succes heeft, en gaat door, zijn geweten sussend met de gedachte dat hij kunst maakt, dat het publiek intelligent genoeg is om te beseffen dat hij een typetje speelt dat alleen in de verbeelding bestaat.
Phillips beschrijft Bert Williams als een stille, onbewogen man, die verdraaid goed weet waar hij mee bezig is: het voortdurend sluiten van compromissen waar hij langzaam aan onderdoor zal gaan. Het verhaal wordt vanuit verschillende perspectieven vertelt, wat de vragen die impliciet gesteld worden alleen maar boeiender maakt: verraadt Bert nu vooral zichzelf, zijn mede-kleurlingen, de negers die alleen maar vanaf het hoogste balkon mogen toekijken of de blanken in de zaal? Zal hij altijd een zwarte artiest of negeracteur blijven, en nooit artiest of acteur worden?
En Phillips' subtiele, gelaagde roman zet nog tot meer vragen aan: want terwijl Bert zich zorgen maakt over de vooroordelen ten opzichte van kleurlingen, heeft hij zelf de nodige vooroordelen ten opzichte van vrouwen, hoewel hij dat zelf totaal niet doorheeft. Wanneer hij trouwt, spreekt hij zijn vrouw bijvoorbeeld direct met 'moeder' aan, ook al krijgen ze nooit kinderen, en heeft hij geen idee van haar verwachtingen. Sterker nog, hij slaat de plank geheel mis waar het de verwachtingen van vrouwen betreft, en die van zijn eigen vrouw in het bijzonder, als hij tegen zijn collega zegt: ,,Ze hebben er behoefte aan om voor je te zorgen waardoor ze zich veilig en gewaardeerd voelen.’’
’Dansen in het Donker’ is niet alleen een buitengewoon genuanceerde, intelligente roman over vooroordelen, maar roept ook de geweldige spanning tussen ambitie en frustratie op, die Williams geplaagd moet hebben. Phillips doet zo ook nog eens recht aan deze historische figuur, die door collega-komiek W.G. Fields getypeerd werd als ’de grappigste man die ik ooit heb gezien en de droevigste man die ik ooit heb gekend.’
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.