recensie Het valt niet mee iets nieuws te beweren over (de tijd van) de Griekse tragedie. Dat laat Michiel Leezenberg dan ook na. Maar zijn essays missen ook nog andere kwaliteiten. Ze zijn slecht geschreven. En de Oedipus-lezing is eenzijdig.
Michiel Leezenberg is wetenschapsfilosoof aan de Universiteit van Amsterdam. Vijf jaar geleden verscheen zijn veel geprezen en ook nog gelauwerde ‘Islamitische filosofie. Een geschiedenis’. Hij heeft nu een boekje gepubliceerd over de Griekse tragedie, een betoog waarbij de laatste tragedie van Sophocles, ‘Oedipus in Colonus’, als uitgangspunt dient.
Hoewel, betoog? Zoals hij in zijn verantwoording aan het eind van het boek opmerkt, is het eigenlijk een verzameling van heel korte essays over uiteenlopende onderwerpen als de tragedie, het politieke systeem van Athene, de macht van het woord en nog veel meer.
Achter elkaar gezet als hoofdstukjes maakt het boek, althans op deze lezer, een chaotische indruk. Leezenberg springt van de hak op de tak en lijkt af en toe een wel zeer inleidend verhaaltje te houden over de tragedie, de opvoeringspraktijk en wat zoal meer. Dat is misschien interessant voor wie niet dagelijks z’n Grieken leest, maar is al veel beter en treffender gedaan door bijvoorbeeld A. van Erp Taalman Kip in haar in 1997 verschenen ‘Bokkenzang’. Daarnaast bevat het boekje enkele hoofdstukken over de stadsstaat Athene.
De twee onderwerpen, tragedie en politiek, komen tenslotte samen in soms heel speculatief te noemen beschouwingen over de plaats en functie van de Griekse tragedie in het leven van de Atheense burgerij. Als plechtanker dient ‘Oedipus in Colonus’, het verhaal over de oude, uit zijn stad verbannen koning van Thebe die asiel zoekt in Athene en dat ruimhartig verkrijgt van de koning aldaar, Theseus. De vloek die Oedipus uitspreekt over zijn zoon Polyneices is een schokkende manifestatie van de macht van het woord, dat kennelijk niet alleen vrede en verzoening kan brengen, maar ook geweld en vernietiging.
Leezenberg schrijft niet helder; vaak heb ik passages herlezen om erachter te komen waar hij eigenlijk naar toe wilde. En uiteindelijk is de oogst van zijn onderzoek mager: echt iets nieuws bericht hij ons niet. Dat is voor de Griekse tragedie ook een helse klus. Maar waarom al die woorden, tot stroperige zinnen aaneengekleefd, over het feit dat de woorden die we spreken allerlei voorzienbare en onvoorzienbare gevolgen hebben? Dat gold in het klassieke Athene trouwens veel meer voor de redenaars in de volksvergadering dan voor de acteurs in het Dionysustheater, en over die eerste categorie is Leezenberg te summier.
Hij is ook verbazend eenzijdig in zijn interpretatie van Sophocles’ stuk, hoewel ik het van harte met hem eens ben dat de tragedie-opvoeringen niet alleen een éducation permanente van de burgerij vormen, maar ook en vooral een groots monument dat de stad heeft opgericht voor de democratie.
Er is wel meer waarover ik kan knorren, zoals de volgens mij volstrekt ten onrechte geponeerde gelijkstelling van fictionele teksten en niet serieuze teksten. En dat de ‘Oedipus in Colonus’ geen reclasseringsdrama is, konden we ook al bevroeden. Kortom, een wat overbodig boekje van een overigens slimme jongen die wel z’n literatuur kent.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.