recensie
Nationale Reisopera, Musica ad Rhenum en solisten olv Jed Wentz met ’Die Entführung aus dem Serail’ van Mozart op 21/1 in Stadsgehoorzaal, Kampen. Tournee t/m 15/2. www.reisopera.nl.
Opera kan eigenlijk heel simpel zijn. Na al het ingewikkelde Mozart-’gedoe’ bij De Nederlandse Opera, waarbij de ongedwongen pret soms volledig op de achtergrond raakte, verrast de Nationale Reisopera met een ’doodeenvoudige’ enscenering van ’Die Entführung aus dem Serail’. In de Stadsgehoorzaal van Kampen kwam deze Mozart-opera zondagavond in primaire kleuren tintelfris uit de verf.
Eerst en vooral lag dat aan de fantastische orkestrale begeleiding van het barokorkest Musica ad Rhenum onder leiding van Jed Wentz. Wat een goeie zet om dit specialistische ensemble in de bak te zetten! Met alle soorten van genoegen spetterden Mozarts overmoedige noten van het papier af, de zaal in. Wentz zette in de opruiende ouverture al meteen de toon: zwaar aangezette tettermomenten, razendsnel en minutieus afgewerkt priegelwerk van de strijkers, stormzwangere pauzes en originele vertragingen en versnellingen. Vooral deze onverwachte tempowisselingen hadden een uitermate verfrissend effect op de partituur. Tijdens de repetities waren die waarschijnlijk tot in detail uitgewerkt, want in Kampen stond alles perfect onder elkaar en ving Wentz dreigende ontsporingen magistraal op. Heerlijk, zo’n dirigent als dwingend maar ontspannen baken in het centrum van de voorstelling met oog en oor voor de zangers en met enig Mozart-benul.
De vijf zingende solisten moeten zich erg zeker en ondersteund hebben gevoeld bij Wentz en zijn energieke orkest. Wat overigens weer niet betekende dat elke zanger er even goed uit kwam. Zo kon het hoofdkoppel Belmonte-Konstanze niet overtuigen. De eerste (tenor Eric Laporte) was vooral ongeloofwaardig als acteur, de andere (sopraan Julia Borchert) nogal onder de maat als zangeres. Het hevige vibrato in Borcherts stem (verontrustend voor zo’n jonge zangeres) trilde elke klaarheid uit de mozartiaanse lijn en de houterige Laporte kon met zijn lichaamstaal niet duidelijk maken dat hier een koene Spaanse edelman zijn geliefde uit de Turkse harem kwam redden.
Veel beter waren Henrike Jacob en Eberhard Lorenz als het bediendenpaartje Blonde en Pedrillo en superieur was de Russische bas Dimitri Ivasjtsjenko als harembewaker Osmin; een fantastisch wendbare en diep orgelende basstem.
Acteur Thomas Gerber moest in de spreekrol van Bassa Selim één keer onaangenaam Duits schreeuwen (dat schijnt onvermijdelijk te zijn in deze opera), maar verder was zijn rol tot een minimum beperkt. Regisseurs Tobias Hoheisel en Imogen Kogge (geen onbekenden van de Reisopera) hadden met goed sloopwerk in de dialogen de opera mooi op moderne maat geknipt. Helder, duidelijk en inventief met minimale middelen. Muziek en mens stonden fier en pal op de voorgrond. Hier geen plaats voor de persoonlijke psychologische krochten van regisserende ego’s. Het schijnt een voorwaarde voor Wentz geweest te zijn om überhaupt aan deze ’Entführung’ mee te doen. Een dirigent die kan zwaaien en ook nog ergens voor staat? Ze bestaan.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.