recensie Geloof en platteland zijn terug in de literatuur. Ook Peter Delpeut (tevens cineast) roept een geslaagd beeld op van modderig, hysterisch, negentiende-eeuws Nederland.
Het platteland – heide, sloot, kruiend ijs – is terug in de Nederlandse literatuur, het is al vaker geconstateerd, net als de kerk en het geloof. Vaak gaan christendom en polderlandschap samen. Ze krijgen een wisselende waardering, dat wel. Zo riep het duistere universum van Jan Siebelinks ’Knielen op een bed violen’ ontzag maar nauwelijks heimwee op, terwijl de stilte en lethargie in ’Boven is het stil’ van Gerbrand Bakker wel verleidelijk klinkt.
’Het vergeten seizoen’ van Peter Delpeut sluit in visie het meest aan bij Siebelinks ’magnum opus’. Ook hier weinig ruimte voor weemoed. Bloederige stigmata, nare constipatie, domme dagloners en onbarmhartig kruiend ijs beheersen Delpeuts negentiende-eeuwse platteland, gelegen ergens tussen Zutphen en Arnhem. De schrijver belicht een aardse, primitieve wereld waar godsdienstwaanzin de toon zet en geloofstwijfel niet is toegestaan. De mens heeft er nauwelijks grip op de natuur, noch op eigen lijf en ledematen. In deze wereld is rede en verlichting welkom, maar ze wordt slechts schoorvoetend toegelaten.
De vijftigjarige pastoor Peters is door de bisschop naar een dorpje gestuurd omdat een ziek meisje iedere vrijdagmiddag om drie uur – het stervensuur van Christus – de stigmata vertoont: haar handen en voeten bloeden, op haar borst verschijnt een bloedend kruis.
De dorpelingen zijn in de ban, evenals de vorige pastoor dat was: naar de zin van de bisschop gaf hij zich al te gemakkelijk aan het wonder gewonnen. Pastoor Peters moet de zaak gaan onderzoeken. Hij stuit in de pastorie op een wantrouwende dienstmaagd en op de dorpsgek, die steeds als gids voor hem uitholt.
In het dorp zelf maakt hij kennis met de heiden dokter Wessels die gewoon wil opereren. Stuk voor stuk jagen ze de tobberige pastoor angst aan. Zijn bezoekjes aan het privaat ’s ochtends duren steeds langer. Delpeuts beschrijvingen van de stenen in zijn darmen worden alsmaar bloemrijker.
De tobberige held die gedwongen wordt zijn afstandelijkheid af te leggen, trad in het werk van de cineast/schrijver al eerder naar voren: in Delpeuts bekroonde ’Japanse’ speelfilm ‘Felicefelice’ (1998). En ook zijn interesse in de gestigmatiseerde kennen we uit eerder werk. In de compilatiefilm ’Diva Dolorosa’ (1999) toonde Delpeut zich gefascineerd door de hysterische Italiaanse filmdiva’s uit het begin van de vorige eeuw die van rondtollende ogen en katzwijm hun handelsmerk maakten.
Hun (authentieke?, valse?) martelaarschap keert nu in verhevigde vorm terug in de geschiedenis van de gestigmatiseerde Lidia, wier verhaal Delpeut ontleent aan de werkelijke zaak van Dorothea Visser. Visser, die ooit de wonden van Christus toonde in Gendrichem. Dora Visser stierf in 1876 maar anno 2007 zijn er nog verschillende websites aan haar gewijd. En een door kardinaal Simonis ingestelde commissie moet onderzoeken of zij heilig verklaard kan worden. Delpeut is de enige niet, zo blijkt, die zich door de wonden liet bevangen.
Natuurlijk wil je ook als lezer graag weten hoe het zit en je ploegt gestaag met de arme pastoor Peters mee door modder en moeras, over ijs en sneeuw.
Delpeut schittert in gedetailleerde beschrijvingen van het nog onherbergzame negentiende-eeuwse Hollandse landschap en de onnozelaars die het bevolken. Maar wanhoop, hysterie, darmen en modder blijven ook wat op afstand. Dat ligt in de lijn van de levensangstige pastoor die – ook bang voor wat hij zou kunnen gaan ontdekken –- steeds op de cruciale momenten in katzwijm valt, bijna verdrinkt, of wegzakt in de modder. Iedere keer ontwaakt hij als de climax net voorbij is: erop terugkijken is minder angstaanjagend dan er in midden in zitten.
Die afstandelijke vertelwijze lijkt bewuste strategie. Meer dan om de verklaring van de stigmata draait de roman om een portret van deze pastoor, de beschouwelijke dienaar Gods, voor wie de anderen – en zeker de gestigmatiseerde - als spiegel dienen van eigen twijfel en onvermogen. Dat maakt de roman ook wat geremd. Je kijkt mee vanachter het gat in de deur van het privaat.
’Het vergeten seizoen’ laat de waan met een heel dorp op de loop gaan, Er valt zelfs een dode, maar een duistere nachtmerrie wordt het toch niet, ondanks de ranzige details van bloed en kak. Wel een boeiende historische detective, een waarbij het onderzoek een helder licht werpt op de persoonlijkheid van de beschouwer: één mens zonder vuile handen, maar wel hopeloos verstopt.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.