*

 

Boeiend samenspel orkest met Concertgebouworgel

Christo Lelie − 14/07/07, 00:00

recensie

Vlaams Radio Orkest, Leo van Doeselaar (orgel) olv Yoel Levi op 12 juli, Concertgebouw Amsterdam.

Doorgaans zwijgt het monumentale Maarschalkerweerd-orgel in de Grote Zaal van het Concertgebouw. Voor solistisch gebruik ervan is er ruimte noch tijd, en de bekendere symfonische stukken met obligaat orgel zijn dungezaaid. Gelukkig wordt er tegenwoordig in de Robeco Zomerconcerten wel ruimte geboden aan orgelmuziek. Deze week speelde Leo van Doeselaar twee verschillende programma’s met het Vlaams Radio Orkest onder leiding van Yoel Levi.

Woensdagavond klonk het bekendste romantische werk voor orgel en orkest: de symfonie in C van Saint-Saëns. Het repertoire dat donderdag werd uitgevoerd was echter een stuk onbekender. De zelden uitgevoerde ’Poème’, opus 28 van Charles Tournemire. In 1913 klonk het voor het laatst in het Concertgebouw en dat was tevens de première van het werk, dat was opgedragen aan Evert Cornelis, de toenmalige tweede dirigent van het Concertgebouworkest. De ’Poème’ bleek een omvangrijke compositie te zijn. Bij eerste beluistering bovendien een nogal ontoegankelijk werk, dat het uiterste vraagt aan concentratie van de vertolkers om de orgelpartij en die van het orkest goed in elkaar te laten grijpen.

Tournemire entte zich in zijn werk op de componeertechnieken van César Franck, maar zijn harmonische taal is al beduidend moderner. De orkestrale opening is veelbelovend. Als het orgel mystiek met romantische, zwevend gestemde stemmen inzet, zwijgt het orkest. Prachtig zijn de hierna volgende maten waarin de blazers zich een voor een in de orgelmuziek mengen. Geleidelijk aan bouwt het stuk op en dan ook weer af in dynamiek. Hoewel de uitvoering na meer repetitie mogelijk nog wat gladder had kunnen klinken, was de prestatie van organist en dirigent zeer respectabel in dit complexe, interessante maar voor het publiek ongetwijfeld niet zo dankbare werk.

Veel directer aansprekend is de Symfonie, opus 42(bis) van Charles-Marie Widor. De componist vervaardigde dit werk in opdracht van de Prince of Wales ter opluistering van een muziekfestival in de Londense Royal Albert Hall. Widor maakte er zich gemakkelijk vanaf door een symfonie te assembleren uit drie delen uit zijn Symfonieën VI en IV voor solo-orgel, die hij met een effectieve orkestpartij versterkte. Het onlangs voor het eerst uitgegeven werk is zeker een verrijking voor het repertoire voor orgel en orkest. Leo van Doeselaar kreeg er alle gelegenheid in om zijn virtuoze vinger- en voetenspel te demonstreren, zorgzaam bijgestaan door dirigent Yoel Levi.

Deze bleek ook na de pauze in de bekende Schotse symfonie van Mendelssohn in staat met het Vlaams Radio Orkest tot muzikaal en technisch hoogstaand musiceren te komen.

mailIcon print |