*

 

Slavin nam de touwtjes in handen

door Seije Slager − 12/01/07, 00:00

recensie Dat Nederlanders zich in vroeger tijden schuldig maakten aan slavenhandel, is bekend. Minder mensen weten dat tussen 1500 en 1800 ongeveer een miljoen Europeanen in Afrika in slavernij hebben gezeten. Onder hen ook Nederlanders, zoals de Amsterdamse Maria ter Meetelen.

’Eigenlijk valt Maria’s leven niet te vergelijken met dat van andere slaven. Ze wond iedereen om haar vinger.” Laura van den Broek klinkt begeesterd als ze vertelt over ’haar’ Maria ter Meetelen. Tussen 1731 en 1743 verbleef Ter Meetelen in Marokko, als ’christenslaaf’.

Ze is de enige Europese vrouw die haar slavernij-ervaringen op schrift stelde. Representatief is zij inderdaad niet: Ter Meetelen, dochter van een banketbakkersknecht, verwierf een bevoorrechte positie aan het Marokkaanse hof. Op een bepaald moment riep de koning haar zelfs uit tot ’s lands grootste geleerde, tot afgrijzen van lokale academici.

Ter Meetelen gaf in 1748 een boek uit met haar slavernij-ervaringen. Onlangs verscheen haar verhaal opnieuw, in het boek ’Christenslaven’, samengesteld door Van den Broek en Maaike Jacobs. In dat boek staat ook het relaas van Cornelis Stout, die een halve eeuw voor Ter Meetelen twee jaar slaaf was in Algiers.

„Slavernij was big business in het Middellandse Zeegebied”, vertelt Van den Broek. Over en weer werden slaven buitgemaakt. „Dat kwam door de kaapvaart. Bij kapers denken wij nu aan piraten met ooglapjes, maar destijds was het een legale sector, waarbij ook veel bemanningsleden gevangen werden genomen. Die lieten ze alleen tegen betaling van losgeld vrij. Tot die tijd moesten ze dwangarbeid verrichten.” Het gebeurde overigens niet alleen op zee: „Soms stroopten Noord-Afrikaanse kapers de Italiaanse kust af en haalden hele dorpen leeg.”

Maria ter Meetelen werd op haar 27ste gevangengenomen. Ze had toen al een avontuurlijk leven achter de rug. Op haar dertiende verlaat ze haar ouderlijk huis in Amsterdam, om als dienstmeid te gaan werken in Zeeland en Brabant. Acht jaar later reist ze, ’door een lugtigen geest gedreven’, als man verkleed naar Spanje. Daar gaat ze in een regiment Friese huurlingen.

Van den Broek: „Travestie kwam destijds bij vrouwen vrij veel voor. Het was een manier om veilig te kunnen reizen, en om aan mannenwerk te komen. Soms gebeurde het zelfs dat vrouwen er pas in hun huwelijksnacht achter kwamen dat de man met wie ze zojuist getrouwd waren, eigenlijk een vrouw was.”

Uiteindelijk valt Ter Meetelen door de mand als verklede vrouw. Prompt trouwt ze in Spanje met een Hollandse kapitein. Als ze met hem terug wil naar de Nederlanden, wordt hun schip geĆ«nterd door kapers. „Maria wist gelijk hun kapitein voor zich te winnen. Het ontbrak haar aan boord aan niets”, vertelt Van den Broek.

Eenmaal aangekomen in Marokko weet ze zich snel populair te maken in gegoede kringen. Haar man overlijdt snel na aankomst en ze hertrouwt met een andere Nederlandse slaaf. Zo ontkomt ze aan een huwelijk met de koning, die haar graag in zijn harem had gehad.

„Ze beschrijft haar man een beetje als een sulletje”, meesmuilt Van den Broek. „Ze heeft hem ook een paar keer gered van dwangarbeid.” Dat kon ze, omdat ze, ondanks haar weigering met hem te trouwen, goed lag bij de koning. „Het was ongetwijfeld een mooie, vlotte prater die snel vreemde talen leerde.”

Door die talenten houdt ze zich staande in de slangenkuil van het Marokkaanse hof. „Marokkaanse koningen hadden soms wel 500 zonen, dus daar zaten heel wat troonpretendenten tussen. Het is wel eens gebeurd dat er vier machtswisselingen op een dag waren.”

Het levert haar bij sommige medeslaven de reputatie van intrigante op, maar het stelt haar wel in staat om in slavernij een relatief beschermd bestaan op te bouwen. Wat deed ze de hele dag? „Ze dreef op een gegeven moment een soort drinklokaal waar aan Europeanen alcohol werd geschonken. Maar er waren ook Marokkaanse prinsen die er graag kwamen. Ze fungeerde aan het hof ook als een soort gezelschapsdame. Er was zelfs een koning die haar raadpleegde in wetenschappen als astrologie en biologie. Hij vertrouwde haar inzichten meer dan die van zijn eigen geleerden.”

Ondanks haar bevoorrechte positie verlangt ze ernaar om met man en kinderen naar huis terug te keren. Dat moment komt pas na twaalf jaar slavernij. In 1743, twintig jaar na haar vertrek richting Spanje, zet ze weer voet op vaderlandse bodem, en gaat met haar man in Medemblik wonen. Haar man geniet niet lang van zijn terugkeer in het vaderland: hij is nu eenmaal zeeman, en er moet brood op de plank komen.

Maria wijdt zich aan het schrijven van haar memoires, terwijl ze wacht op de terugkeer van haar man. Tevergeefs: hij overlijdt in Indiƫ. Ook haar beide kinderen sterven. Dat ze berooid moet zijn geweest, blijkt wel uit het feit dat haar kinderen een pro-deobegrafenis kregen.

Het laatste spoor dat van Ter Meetelens leven kan worden teruggevonden, is een het bewijs van goed gedrag, dat ze in 1751 bij de burgemeesters van Medemblik aanvraagt, om naar Kaap de Goede Hoop te kunnen reizen.

’Frustrerend’ vindt Van den Broek het dat het spoor daar doodloopt. Ook in Zuid-Afrikaanse archieven is niets over Maria terug te vinden.

Echt een happy end lijkt het bovendien niet, als al je naaste familie sterft, en je jezelf in armoede dan maar weer inscheept? „Nou, ik vind het wel stoer”, werpt Van den Broek tegen, „dat je na al die ervaringen nog de ballen hebt om op je 46ste weer de zee op te gaan. Die dame ging toch mooi maar weer op pad. Misschien was Medemblik wel te klein voor haar. Zit je daar alleen in zo’n stadje, nadat je jaren bij de koning aan het hof hebt gezeten.”

mailIcon print |