recensie
Rotterdams Philharmonisch Orkest, Nederlands Kamerkoor en solisten olv Philippe Herreweghe met werken van Franck en Fauré op 3/1 in de Doelen, Rotterdam. Herhalingen daar vanavond en zondagmiddag om 14.15 uur.
De combinatie is even logisch als zeldzaam. De ’Symphonie en ré mineur’ van César Franck en het Requiem van Gabriel Fauré. Composities die in exact dezelfde tijd (1886-1888) in Parijs ontstonden, maar eigenlijk nooit samen op een programma voorkomen. Dirigent Philippe Herreweghe heeft een zwak voor beide werken, zette ze vijf jaar geleden al eens samen op cd en dirigeert ze deze dagen vier maal bij het Rotterdams Philharmonisch Orkest.
Het Rotterdamse orkest brengt het programma als a-typisch nieuwjaarsconcert. Want wie wil er nu het nieuwe jaar met een Requiem beginnen, aldus orkestdirecteur Jan Raes aan het begin van de avond. Maar zo opgewekt Fauré’s Requiem is, zo Duits is Francks Franse symfonie, ging Raes verder, daarmee aangevend dat de werken zelf al even a-typisch zijn.
De combinatie werkt prima, zelfs als nieuwjaarsconcert. Zeker als de beide werken met Herreweghe’s autoriteit en overredingskracht worden gedirigeerd. Dat vond het massaal opgekomen publiek – deels gasten van de gemeente en de sponsors – ook en het klapte lustig tussen de symfonie-delen door. Daar was het nog niet zo storend, maar toen enkelen middenin het Requiem, na het Sanctus enthousiast wilden gaan klappen, hief Herreweghe verschrikt de handen en smoorde het geklap in de kiem. De zorgvuldig opgebouwde sfeer dreigde even in te zakken, maar Herreweghe kreeg koor en orkest direct weer super-geconcentreerd.
De dirigent stelde het orkest historisch-verantwoord op. Dat wil zegen: de eerste en tweede violen gesplitst links en rechts van hem en de contrabassen helemaal links op het podium. Strijkers en blazers pasten hun vibrato aan, maar de authenticiteit ging niet zo ver dat de zangers van het Nederlands Kamerkoor en de solisten de Gallische uitspraak van het Latijn bezigden. Die was in Frankrijk destijds nog in zwang, ondanks de door het Vaticaan geëiste hervormingen.
Het Nederlands Kamerkoor heeft een naam hoog te houden in Franse muziek en het kweet zich hier heel behoorlijk van zijn taak. De huidige negen sopranen wilden overigens niet overal even subtiel mengen, wat de door Herreweghe gewenste strakke lijn niet ten goede kwam. Maar het koor en de prima solisten Carolyn Sampson en Michael Nagy hadden de goede sfeer van deze ’blijstemmende dodenmuziek’ goed te pakken.
Het Rotterdamse orkest maakte van Francks symfonie een belevenis. De blazers staken pregnant af tegen de strijkers en zo’n heerlijk, tegen het ordinair aanliggend melodietje op de tuba was hier een meesterlijk sierlijk detail in het geheel.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.