*

 

Verbijsterend succes van vier jongens

Hans Nauta − 06/01/07, 00:00

recensie De Beatles waren een stuk braver dan The Rolling Stones, was het beeld in de jaren zestig. Biograaf Bob Spitz maakt een eind aan deze legende. The Beatles gingen zich te buiten aan seks en drank en konden buitengewoon grof zijn.

De Beatles-canon beslaat al vijfhonderd boeken, erkent Bob Spitz, maar toch werkte hij zeven jaar aan zijn dikke biografie ’The Beatles’. De Amerikaanse Dylan-biograaf en ex-manager van Bruce Springsteen hield interviews met Paul McCartney en George Harrison (niet met Ringo Starr omdat die eerst geld wilde zien). Hij werkte interviewbandopnames uit die Albert Goldman voor zijn boek ’The Lives of John Lennon’ links had laten liggen. En hij sprak met honderden betrokkenen die weinig nieuws brachten maar ’essentiële details inkleurden van alle oude anekdotes die deel waren gaan uitmaken van de Beatlesmythe’.

Gedetailleerd is zijn boek zeker, al zijn er wat open plekjes, wat onhandig is voor een ’definitieve biografie’. Maar boeiend is zijn menselijke versie van het bekende verhaal wel degelijk. Het eindigt in 1970, als McCartney verklaart uit de band te stappen en het begin ligt in de jaren 1840, als de Ierse families O’Leannain (later Lennon om beter te kunnen inburgeren) en McCartney de hongersnood ontvluchten. Veel ’spelingen van het lot’ later ontmoeten John Lennon en Paul McCartney elkaar als tieners. Lennon leidt skiffleband The Quarry Men, luistert hoe McCartney iets voorspeelt en denkt: ’Die gast is even goed als ik. (..) Het speelde door mijn hoofd dat ik hem in het gareel moest zien te houden als ik hem in de band haalde.’

Door de jaren heen blijft die machtsvraag meespelen. McCartney was de showman en kon met zijn charmes de koningin van een munt afweken. Lennon is bij Spitz geen heilig genie maar een man vol sarcasme en eerzucht, en met een onstilbare drankzucht.

Schooljongens waren ze, en ambitieus. Ze beluisterden hun voorbeelden op Radio Luxembourg, steelden platen in het warenhuis en dumpten bandleden die niet goed genoeg waren, zoals bij elk bandje. Maar gewoon was het niet, want hun droom zou werkelijkheid worden, merkt Spitz vele malen op. Voor dat later neemt hij de tijd, na tweehonderd pagina’s bestaan The Beatles pas en op de helft van het boek begint het succes.

Ze zijn echt niet braver dan de Rolling Stones. Het wilde leven ontdekten ze in de hoerenbuurt van Hamburg, waar ze ook hun geluid en performance ontwikkelden. Dankzij pepmiddelen hielden ze die marathonoptredens vol. Toen de Beatlemania uitbrak namen de uitspattingen verder toe. Ook bij het bezoek aan Nederland in 1964: Lennon ging ¿als een dolle tekeer in de beruchte hoerenbuurt van Amsterdam waar hij met een indrukwekkende snelheid verschillende bordelen afwerkte en gebruikmaakte van een politie-escort om mogelijke schandalen te vermijden’. The Beatles gingen zich totaal te buiten aan drank en seks, en konden onverwacht grof zijn. Zoals tegen de burgemeester van Blokker die de kleedkamer binnenstapte en George Harrison symbolisch een sleutel wilde overhandigen: ’Sodemieter op, jij kale, ouwe mankpoot’, viel George uit¿.

Spitz schrijft zijn verhalen soepel op, en maakt mooie schetsen van Liverpool en ¿thuisbasis¿ The Cavern. Als de band in een stroomversnelling raakt, versnelt hij zelf ook, zoals bij het angstaanjagende bezoek aan de Filipijnen. Rond de soaps en sensatie, zoals Lennons intieme vakantie met manager Brian Epstein en de ontvangst van de ¿hebzuchtige¿ Yoko Ono, wordt zijn toon iets hijgeriger.

Ondertussen zie je Epstein langzaam kapseizen. Hij was gewiekst als promoter en veranderde Liverpool van ¿Engels Siberië¿ in de hipste plek van het land. Maar hij wordt een paranoïde, manisch-depressieve drugsverslaafde, gefrustreerd omdat hij niet uit de kast kan komen. En door zijn fouten lopen The Beatles miljoenen mis.

Mogen The Beatles nog altijd als ijkpunt worden gebruikt, zoals een jaar geleden bij de Arctic Monkeys, hun succes was zo ’verbijsterend’ dat die vergelijking niet snel terecht is. Spitz verklaart die plotselinge hysterie niet, afgezien van algemeenheden over de culturele revolutie in de naoorlogse tijd. Daarvoor zit hij te dicht op de band, midden in het oog van die storm.

mailIcon print |