Wie jarig is, mag er op rekenen cadeautjes te krijgen. Dat vond ook een particuliere kunstliefhebber die het jubilerende Fries Museum in Leeuwarden met een opmerkelijk geschenk bedacht. Het museum, dat 125 jaar bestaat, kreeg van de anonieme schenker een prachtig geborduurde huwelijksportefeuille. Op de achterzijde staat te lezen uit welk jaar het zeldzame object dateert: 1680. Het museum denkt dat in de portefeuille liefdesbrieven zijn bewaard. Het gekroonde doorboorde hart dat op de achterkant is afgebeeld, duidt er op dat het om een liefdesgeschenk gaat.
De buitenzijde van de portefeuille is geheel van goudborduursel in reliëf voorzien, de binnenkant laat rood marokijnleer zien. In borduursel is ook het wapen van de Zeven Provinciën te zien, de Verenigde Nederlanden die in de zeventiende eeuw de republiek omvatten. Dat wapen, hier in zijde uitgevoerd, laat een klimmende leeuw met een zwaard in de ene klauw zien en zeven pijlen (van de Zeven Provinciën dus) in de andere.
Pikant gegeven: zowel de tong als het geslacht zijn in een opvallend rood gehuld, dat uiteraard fel afsteekt tegen het chique goud. Kennelijk dacht de maker dat de toekomstige gebruiker met de voorstelling van het viriele nationale symbool gegeneerd kon raken. Om dat te voorkomen is de klep, die aan de voorzijde een waaiermotief draagt, zodanig uitgevoerd dat bij de sluiting de mannelijkheid van de leeuw wordt bedekt.
Mag borduren tegenwoordig als een gedateerd tijdverdrijf worden gezien, in de zeventiende eeuw was dat anders. Borduurwerk was toen een belangrijk en kostbaar statussymbool. Niet alleen was het goud als basismateriaal natuurlijk zeer aan de prijs, ook voor het borduren moest stevig worden betaald. Er bestonden professionele vaklieden die zich met niets anders dan met het vervaardigen van dergelijke statusobjecten bezighielden.
Borduurwerk was even belangrijk als schilderkunst. De makers waren verplicht lid te worden van een gilde. Zo kon de kwaliteit van hun werk naar de buitenwereld worden gegarandeerd. In Leeuwarden, waar ook het Fries Museum staat, werd in 1628 een borduurwerkersgilde opgericht. De reglementen van deze vakorganisatie zijn nog altijd in te zien in het Historisch Centrum Leeuwarden.
Hoewel een geborduurde huwelijksportefeuille van het soort dat nu in bezit van het museum is gekomen, behoorlijk zeldzaam is, bezat het al een aantal bijzondere geborduurde objecten. Zo dateert uit een iets vroegere tijd dan dit liefdesgeschenk een geborduurde spiegel die het echtpaar Taeke van Cammingha en Luts van Grovestins bij hun huwelijk in 1638 van hun ouders kregen. Ook bezit het museum een kunstkast die schitterend geborduurd is. Deze kast was ooit eigendom van Hobbe Baert van Sminia, die gerekend moet worden tot de 250 rijkste Nederlanders in de zeventiende eeuw. Samen met de nu vol trots getoonde huwelijksportefeuille is het borduurwerk ondergebracht op de jubileumtentoonstelling ’Tsjoch’ die tot en met 21 januari in het museum loopt.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.