recensie
The Doors/Riders on the storm. Gezien op donderdag 4 januari in de Heineken Music Hall in Amsterdam). Nog te zien en horen op 9 januari in de Koningin Elisabethzaal in Antwerpen.
Het nieuwe jaar wordt het zoveelste popgedenkjaar met 1967 als brandpunt. In plaats van singles werden elpees toen het belangrijkste expressiemiddel voor popartiesten. Dat jaar verscheen het baanbrekende Sgt. Pepper’s Lonely Heartsclub Band van The Beatles en maakten tot op heden invloedrijke bands als Pink Floyd, Velvet Underground en The Doors hun entree.
Vooral de Californische rockband The Doors bleef tot de verbeelding spreken. Ook al overleed zanger Jim Morrison in 1971 – zijn beeltenis werd een even beroemd icoon als die van Che Guevara – zijn rol als zingend sexsymbool is met succes overgenomen. Zo speelde Val Kilmer in Oliver Stone’s film ’The Doors’ (1991) een levensechte plaatsvervanger. Sinds enkele jaren vervult de Engelse zanger Ian Astbury die rol met verve op het concertpodium.
Ter gelegenheid van 40 jaar Doors is hij op tournee met twee oorspronkelijke bandleden. Eer het zover was kregen toetsenist Ray Manzarek en gitarist Robby Krieger het aan de stok met drummer John Densmore. Na een slepend proces mogen ze zich nu ’Riders on the storm’ noemen naar een song van het allerlaatste album, immers, bandnamen zijn brand names geworden.
Alsof ze hun Nederlandse debuut nog eens dunnetjes wilden overdoen lieten The Doors woensdag de overvolle Heineken Hall ruim een uur wachten. Hun debuut in het Concertgebouw (september ’68) werd legendarisch omdat Jim Morrison niet verscheen wegens overmatig drank- en drugsgebruik.
Maar toen ’Roadhouse blues’ en ’Break on through’ eenmaal uit de speakers barstten leek het pleit beslecht. Het karakeristieke Doors-geluid, een broeierige mix van blues, rock en psychedelica, klonk zinsbegoochelend echt. Het orgeltje van Manzarek, lyrisch en betoverend, en de uitgesponnen soli van Krieger gaven alle ruimte voor de zang van Astbury. Inclusief de hysterische uithalen en schreeuwen die Morrison in herinnering riepen.
Toch zakte het concert halverwege in en besefte je met een gerecyclede band van doen te hebben. Manzarek hield vergeefse sixties pleidooien voor ’peace & love’ met sneren naar George Bush: ’Hij is te dom om het land te leiden’. Ook Astbury deed pogingen om het publiek in zijn ban te krijgen ’Jullie kijken te veel tv, dansen moeten jullie’. Uiteindelijk kwam het toch goed toen hij tijdens ’LA Woman’ de zaal in opperste euforie bracht. Na twee uur klonk met ’Light my fire’ het slotakkoord, startsein voor een herdenkingsjaar waarin de popcanon nogmaals zal worden herschreven.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.