Vier jaar na het verdwijnen van de merknaam herleeft de geschiedenis van Van Gend en Loos in het Nederlands Openlucht Museum.
Vliegvakanties bestonden nog niet, het strand lag op de Wadden of in Zeeland. Met de trein of in de eerste eigen auto, volgepakt met kinderen, duurde de reis naar het gehuurde huis bijna een dag. De zomerspullen waren door vader en moeder verpakt in een kist, die door Van Gend en Loos werd gebracht.
Ach ja, de jaren zestig. Grijze bestelbusjes van Van Gend en Loos, het gele en later oranje logo op de zijkant, waren gewoon in het straatbeeld. In tientallen middelgrote steden stond een loods naast het station, waar de pakketjes werden overgeladen.
Het Nederlands Openlucht Museum in Arnhem opent vandaag de overslagloods die sinds 1886 vanuit Tiel de Betuwe bediende. Bijzonder, omdat vier van de vijf hier verwerkte dozen, kisten of tonnen fruit of jam bevatte. Toch is de afgedankte loods, die in 45 delen van Tiel naar Arnhem is gereden en daar weer opgebouwd, exemplarisch voor het verhaal van Van Gend en Loos.
Dat begint met 18de-eeuwse romantiek, als de Antwerpse koetsier Jan Baptist Van Gend verliefd wordt op de waardin Maria Francisca Loos van herberg De Kroon, waar hij zijn paarden ververst. Hun huwelijk in 1796 brengt de familiebedrijven samen. Omdat koning Willem I begin 19de eeuw verharde wegen laat aanleggen, kan het jonge vervoersbedrijf meteen de vleugels uitslaan.
De eerste grote ritten per postkoets voeren naar Parijs en Amsterdam, vertelt Siebe Rossel, samensteller van de expositie. Zo’n verre reis kostte tijd. Een Winschoter hereboer die in de Tweede Kamer was gekozen, deed er in 1848 vier dagen over om Den Haag te bereiken. Bezoekers kunnen meteen na binnenkomst van de loods zo’n reis per diligence meemaken, zonder van hun plaats te komen. Rossel: „Vervoer is geen gebouw, het is dynamiek, dat willen we de mensen laten voelen.”
Als de trein in de 19de eeuw het personenvervoer per koets verdringt, richt Van Gend en Loos zich nog louter op goederen, die van en naar het station worden gereden. De samenwerking is zo goed dat de Nederlandsche Spoorwegen het bedrijf in 1928 overnemen, om de concurrentie van vrachtwagens aan te kunnen. Van Gend en Loos rijdt dan zelf ook al met T-Fordjes, maar paard en wagen blijven tot in de jaren vijftig het straatbeeld bepalen, tot ze te traag en te duur worden. Een bedrijfsfilm laat zien hoe de rijders van deze ommezwaai op de hoogte worden gebracht. „De paarden hebben het bedrijf groot gemaakt”, mokt een van de koetsiers, maar de moderne tijd is niet te stuiten. Vanaf 1959 rijdt de Commer, een Engelse bestelauto met karakteristieke schuifdeur, vanaf de overslagloods op het station de stad in.
Door het hele land zien die loodsen er hetzelfde uit en werken ze volgens hetzelfde systeem: de schaalbediende weegt en meet de pakketten, sorteert op bestemming en plakt etiketten, waarna kruiers het stukgoed met de hand in de trein stapelen. De wagons rijden ’s nachts het land in, waar ze worden uitgeladen en gesorteerd door de wijker, die alle straten uit zijn hoofd moet kennen.
Pas in 1948 nemen pallets (een Amerikaanse vinding uit de Tweede Wereldoorlog) en de vorkheftruck het zware werk grotendeels uit handen, in de jaren zeventig maakt de postcode de wijker overbodig en in de jaren tachtig volgt de streepjescode, die inmiddels alweer is achterhaald door de chip.
„Die kan onderweg beweging of schommeling in temperatuur opslaan en dat is belangrijk voor bijvoorbeeld kunstwerken of medicijnen”, vertelt Ewout Blaauw, communicatiemanager van DHL. „De technologische ontwikkelingen blijven doorgaan. Maar in feite verandert er helemaal niks. We brengen nog steeds pakjes van A naar B, alleen nu wat sneller en wat verder.”
DHL is sponsor van de expositie en Blaauw heeft zich actief met de samenstelling bemoeid, onder meer door het opsporen van bedrijfsfilms. „We voelden ons een beetje schuldig over het verdwijnen van de bedrijfsnaam, die iedereen in Nederland kent.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.