recensie Onvast, onzeker en beperkt is de menselijke blik, stelt de dichteres Eva Gerlach vast. De manier waarop zij die onvastheid in haar poëzie vastmaakt, is van uitzonderlijke klasse.
In haar vorige bundel ’Een bed van mensenvlees’ (2003) liet Eva Gerlach al zien dat de wereld vanuit de menselijke waarneming onmogelijk als afgerond te begrijpen is. Haar nieuwste bundel ’Situaties’ bouwt imposant op dit thema voort. Er wordt, als altijd bij deze dichteres, veel gekeken, met oog én geestesoog. Het enige ‘houvast’ dat dit pijnlijk precieze observeren oplevert, is dat van het schemergebied tussen wel of geen vorm, tussen binding en ontbinding.
In de reeks ‘Laat het me zien’ heet het: ,,Het zijn de dingen tussenin, de on- / vaste, die je raken als een schot zaadpluis’’. Een meer speels gedicht uit dezelfde reeks, ‘Kst’, begint met: ,,Het kan geen vorm hebben en het / heeft er geen’’. Hoezo niet? Wel, ‘kst’, een klank waarmee je dieren wegjaagt, is een tussenwerpsel. En tussenwerpsels horen er niet helemaal bij, laveren tussen vorm en geen vorm, zijn talig drijfzand
’Situaties’ bevat negen reeksen waarin onvaste overvloeiers tussen gebonden en ongebonden optreden, het domein waarbinnen de menselijke existentie zich in Gerlachs ogen beweegt.
In de reeks ‘Wit’ jaagt een ziekelijk verliefde vrouw achter haar geliefde aan die misschien wel dood is, of bij haar weg, of alleen als hersenschim bestaat. Maar zij kijkt de afwezige uit zijn ongebonden staat haar fantasiewereld van de binding in: ,,[zijn huid,] hoe dat zich overal vouwde over hem, / je zijn bloed ingepakt zag en hij daardoorheen / leefde alsof het niets was dat hij het had, / zoveel huid, die aan één stuk door losliet en groeide op hem’’.
Het is ondoenlijk deze omvangrijke, meesterlijk doorgecomponeerde bundel in kort bestek recht te doen. Ik kan de reeks ‘Grote fuga’, een dubbelfuga geïnspireerd op Beethovens compositie, roemen vanwege de ook bij Gerlach geraffineerde contrapuntische compositie, maar de ruimte ontbreekt om de spanningen en volrijpe klasse van deze poëtische fuga te illustreren.
Hetzelfde geldt voor de titelreeks ‘Situaties’ waarin ene ‘I.’ met het door hem afgesneden hoofd van zijn vrouw rondzeult. De - dichterlijke! - dingen die zij zei verdroeg hij niet langer. Zoals: ,,Ik ben / een bouwsel van geest. Uit mijn oksels / kruipen de letters. Ik voel ze waar niemand ze leest, / kom pluk ze hier in de dyslexie van mijn liezen -’’ ‘I.’ huivert van dergelijke taal en tenslotte hurken hij en een kompaan zelfs naast het gedicht (?!) in de regels waarvan zij het hoofd begraven. Zij dekken het gedicht toe met een servet ‘waarin een metafoor wat eieren legt’. Wat een talige almacht alleen al in die superieure slotmetafoor! Maar opnieuw: het raffinement waarmee dit buiten haar vorm treden van het gedicht wordt voorbereid kan in kort bestek niet geïllustreerd worden.
Het kadergedicht (om toch enigszins concreet te worden) is het openingsgedicht van de reeks ‘Pad tussenbeide’. Pad is op sterven na dood: platgereden. De ‘ik’ gebiedt echter ‘Red je’, want: ‘Niks namaals’ en stelt een curieuze omkering voor: wees jij mij, dan ben ik jou. Spottend (?) laat ze Pad over aan alledaagse beslommeringen terwijl ze zelf als platte Pad zich bij de vijver redt. ‘Ik stuur je de nota’ is een schoolvoorbeeld van streng-empathische ironie zoals alleen Gerlach die in huis heeft. In het vervolggedicht is Pad nog levend en paart hij, ‘spuit op Haar snoeren. (God, zijn / uitbarstingen!)’. Eén en al levensdrift dus, die in het vierde gedicht weer omslaat wanneer ‘Pad Scheurkeel’ daadwerkelijk overreden wordt, hetgeen in het vijfde gedicht tot de bijna mythische opmerking leidt: ‘Naast Pad / ligt platte Pad, naast het voedsel het vormsel’. Alleen al dat ambivalente ‘vormsel’ (naast voedsel) is een apart essay waard.
Wat we hier zien is de moed, het inzicht en het poëtisch vermogen de vorm (die natuurlijk inhoud bevat!) onder zijn realistische gedaante van (meestal) vormloosheid te bezien en er zo nodig een vitale mythe omheen te bouwen die toch weer doorgeprikt wordt, want Pad loopt hoe dan ook leeg en eindigt in zijn dode ‘zachtleerse lichaam’. ’Situaties’ is een moeilijke, maar geen hermetische bundel van de allerbeste soort, zo een die hooguit eens in de vijf jaar verschijnt.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.