’De grootste misdaad tegen de menselijkheid is begaan door degene die voor het eerst een ring aan zijn vingers schoof’
Deze uitspraak komt uit de koker van de Romeinse geleerde Plinius de Oudere (23-79 na Chr.). Plinius had een afkeer van overdaad en luxe, die in zijn tijd vanuit het Oosten ook Rome in hun greep kregen. Armbanden, ringen – en dan niet aan één vinger, maar aan álle vingers en soms ook nog aan alle kootjes: die praalzucht kon Plinius niet uitstaan. Hij hekelde vooral de schade aan het milieu: ’alle aderen van moeder aarde werden uitgeput’.
Nu hadden de Romeinen de oosterse luxe lang uit hun samenleving geweerd. Maar met de overwinning van Pompeius op de oosterse monarch Mithradades in 63 voor Chr. proefde Rome ook van de decadentie vanuit het oosten. De pracht en praal daar vonden ook in de hoofdstad van het Romeinse Rijk gretig aftrek.
Ondanks Plinius’ woorden vergapen we ons vele jaren later aan juwelen uit het Romeinse verleden, aan oosterse sieraden, aan topstukken uit Griekenland en Egypte, en aan de blinkende luxe waarmee men in het vroege Nederland goede sier maakte. En dat alles in één expositie. Het Rijksmuseum van Oudheden (RMO) heeft uit eigen collectie ’Schitterende Sieraden’ geselecteerd, om te laten zien waar de mens vroeger van hield of waarmee zij en hij uiting wilden geven aan hun identiteit. Ja, ’hij’ ook. Sieraden waren voor iedereen: mannen, vrouwen en kinderen. In Egypte werden bijvoorbeeld ambtenaren onderscheiden met sieraden als zegelringen en halskragen.
Een sieraad waarvoor de bezoeker in Leiden helemaal plat gaat, is de hartscarabee aan een ketting van in elkaar gehaakte gouden ringetjes, dat de succesvolle Egyptische generaal Djehoety van koning Thoetmosis III ontving (1479-1425 voor Chr.).
De sieraden verraden het vakmanschap van de makers. Speciaal voor de expositie zijn films gemaakt bij Steltman Juwelier in Den Haag. De medewerkers tonen onverholen bewondering voor hun voorgangers, die de Fibula van Dorestad (Wijk bij Duurstede) vervaardigden van goud, email, almandijn en parels (775-800). Om maar te zwijgen van de gesp uit een Merovingisch graf in Rijnsburg. De versiering met filigraanwerk van in elkaar gevlochten gouddraadjes en het gebruik van gekleurd glas in cloisonné en halfedelstenen is van een schoonheid die de edelsmeden van nu niet evenaren. Zo’n bekentenis maakt van de oude sieraden nog meer ’juweeltjes’.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.