*

 

Koude rillingen bij een ijzersterke Sinéad O’Connor

Saskia Bosch − 17/11/07, 00:00

recensie

Sinéad O’Connor, gehoord in Amsterdam, de Melkweg, op 15/11.

De carrière van Sinéad O’Connor (40) kent net zoveel muzikale hoogtepunten als rellen. De controverse lijkt de Ierse wel aan te kleven, al schijnen de stormen die haar uitspraken en acties oproepen haar zelf vaak te overvallen. Het verscheuren van de foto van de paus, haar weigering om voor een concert in de Verenigde Staten het Amerikaanse volkslied te laten spelen, brachten haar in het verleden op de voorpagina’s van alle kranten. En leverden haar het imago van een militante dame op.

In de Melkweg liet O’Connor zich, gekleed in een grijs herenkostuum, donderdag daarentegen eerder als een timide persoon kennen. Al direct bij het begin van het concert verontschuldigde ze zich voor het feit dat ze tijdens het zingen naar de grond keek. „Ik ben erg verlegen en als ik naar jullie kijk, dan lukt het niet.” Ook de gepeperde uitspraken bleven tot een minimum beperkt. Er was een kwinkslag over het strenge anti-rookbeleid van haar geboorteland (’Wat heerlijk om weer eens een rokend publiek te zien!”) en ’If you had a vineyard’ werd opgedragen aan ’die paar christenen die denken dat God oorlog oké vindt’.

Voor het overige zagen de concertgangers geen politiek dier aan het werk. Wel een vrouw die eigenlijk een popster tegen wil en dank is en zich veel liever concentreert op haar muziek. Die attitude leverde in anderhalf uur tijd een ijzersterke set op. Wat meteen opviel was hoeveel oud werk O’Connor bracht. Van haar nieuwe dubbel-cd ’Theology’ passeerde slechts een handjevol songs (’Something Beautiful’, ’If you had a vineyard’) de revue. Vaker deed de zangeres haar fans een plezier door oudere nummers te zingen.

En die kregen vrijwel allemaal zo’n puntgave liveversie dat de hoogtepunten zich aaneen regen. Haar grootste hit ’Nothing compares 2 U’ kreeg een lekker stevige uitvoering, waarbij O’Connor bewees het betere galmen nog niet te zijn verleerd. Ook ’Last day of our acquaintance’ en ’I am stretched on your grave’ stonden dankzij de prima begeleidingsband als een huis. Een fraai tegengewicht voor deze popsongs vormden de akoestische en bewust klein gehouden nummers, die het hart van het optreden vormden. Juist door de spaarzame instrumentatie klonken de songs fris en indringend en kreeg de luisteraar de gelegenheid de songs als het ware opnieuw te ontdekken. Zo deed de openingszin van ’What Doesn’t Belong To Me’ (’I miss you, but I’m glad you’re gone’) een spontaan gegniffel door de zaal gaan. Tegen het slot was de ballad ’In This Heart’, dat O’Connor samen met de violiste en bassiste a capella zong, om koude rillingen van te krijgen.

mailIcon print |