*

 

De Chinezen komen

Eric Brassem − 16/01/07, 00:00

recensie Zowel de Duitse Spiegel als de Amerikaanse Time besteedt zijn omslagartikel aan de groeiende wereldmacht China.

De Duitse analyse is veel langer. De Amerikaanse is veel beter.

Der Spiegel buigt zich over de vraag hoe het mogelijk is dat het centraal geleide China zo hard groeit, in een tijd dat de economische wereld-trend juist luidt: dereguleren.

„Met een mengeling van planeconomie en ontketend kapitalisme, zoals ze in geen enkel leerboek staat, rolt het land de wereldmarkten op, en bereikt jaar op jaar tweecijferige groeicijfers”, memoreert het blad. „De ironie: in Europa en de Verenigde Staten prediken economen als antwoord op de globalisering en de Chinese uitdaging ’minder staat’ en ’open markten’, maar in China regeert een marxistisch-leninistische partij, die onbelemmerd alle voordelen van het kapitalisme benut, maar de staatscontrole over de economie niet uit handen geeft.”

Leuk geformuleerd, maar de Chinese communistische partij is natuurlijk al lang niet meer communistisch. En stormachtige economische ontwikkeling onder een autoritair staatssysteem is helemaal niets nieuws. De Aziatische tijgers Zuid-Korea, Japan en Taiwan zijn tenslotte vanaf de jaren zeventig met strakke hand en groot succes in de economische moderniteit gekatapulteerd.

Time verwacht dat de 21ste eeuw een ’Çhinese eeuw’ wordt, en is van plan die verwachting met regelmatige speciale China-specials in het blad te onderbouwen. Deze week beschrijft het tijdschrift de buitenlandse politiek die het land bedrijft om zijn schreeuwende behoefte aan grondstoffen veilig te stellen. Time relativeert het Gargantua-imago van het land door de geweldige sociaal-economische en ecologische problemen te schetsen, en in herinnering te roepen dat de Chinees jaarlijks 1700 dollar verdient, tegenover de Amerikaan 42.000.

Om aan olie en andere eerste levensbehoeften te komen heeft China in Afrika ’de ergste mensenrechtenschenders van het continent gesteund’, zegt de mensenrechtenorganisatie Human Rights Watch. Soedan, Burma, Iran: van China hebben deze landen niets te vrezen als ze kritiek in de Verenigde Naties op kritiek stuiten.

Het Britse blad The Economist, geen bewonderaar van president Bush, valt diens besluit voor troepenversterking in Irak voorzichtig bij. „Deze president wil in de twee jaar die hem resten de nederlaag erkennen en Irak aan zijn lot overlaten. En dat, of het nu gemotiveerd wordt door koppigheid, ontkenning of een nuchtere berekening van de strategische belangen in Irak, is een goede zaak”, schrijft het blad in een commentaar.

Het Duitse Die Zeit interviewt Zbigniew Brzezinski over Irak. De voormalig veiligheidsadviseur van de Amerikaanse president Jimmy Carter publiceert binnenkort een boek over de Amerikaanse politiek sinds het ineenstorten van de Sovjet-Unie. Brzezinski betreurt dat Bush niet de aanbevelingen heeft aangenomen van de commissie-Baker, die volgens hem een reĆ«le uitweg had gevonden. „Maar op zo een argument reageert alleen een mens die pragmatisch en onbevooroordeeld is. En Bush is geen van beide.”

mailIcon print |