recensie
’Internationaal literatuurfestival Winternachten’, t/m 14/1 Den Haag: Nieuwe Kerk, Theater a/h Spui, Filmhuis, en 14/1 OVT, Radio 1, 10.00 uur. www.winternachten.nl of 070-3465272.
Als primeur van het internationaal literatuurfestival ’Winternachten’ in Den Haag geldt het ’openbaar dictee Sranantongo’, gedicteerd door wethouder Rabin Baldewsingh. ,,Teki prati na agran taki-arki-skrifi konmaka.”
De festivalleiding stelde daarnaast een Nederlandstalig collectief van Nederlandse schrijvers samen die elk Jonathan Swifts ’Gullivers’s Travels’ herschreven.
In Atte Jongstra’s versie wordt het hoofdpersonage meteen bij aankomst op ’het hoofdeiland’ gearresteerd omdat hij geen zak met aarde bij zich heeft. Rechters leggen uit waarom elke bezoeker aarde als tol moet betalen. „’In steenrotsen kan een graf gehouwen worden’, zei het uiterst linkse lid van de vierschaar. ’Een vrouw kan op een steenrots bezaaid worden, de steenrots zelf kan omhelsd worden als toevlucht in de nood... Maar wij moeten aarde hebben. Vette grond in kluiten, met wormen erin die er raad mee weten’.”
Het eiland waar de schipbreukeling van Allard Schröder aanspoelt, heet Prt. Zodra de eilandbewoners de taal van vreemdeling Gulliver leren, begrijpen ze ’dat het aanspoelen op onbekende eilanden een liefhebberij van hem was’. „Enfin, zoals dat gaat in het leven, hebben we hem kort daarna opgegeten. Omdat hij goed smaakte hebben we zijn taal bewaard, voor als er nog eens eentje als hij zou aanspoelen.”
Dat gebeurt inderdaad, en in groten getale via het volgepakte cruiseschip ’Gulliver’s Travels’. Er ontstaat opstand, waarop een invasie volgt en gevangenneming van de eilandbewoners in reservaten.
Schröder schetst de lotgevallen van de verdreven eilanders deerniswekkend: „Zonder dat ze er erg in hadden begonnen we elkaar op te eten. Ik, schrijver dezes, ben alleen overgebleven en verzoek een uwer mijn hart te roven en mij daarna op te eten, want dit is geen leven zo.”
Eten speelt ook een rol in de ’Gulliver’s Travels’ van Rustum Kozain. Zijn Gulliver verbaast zich er aangenaam over dat alle eilandbewoners met een boek rondlopen en dankzij hun literatuur kennelijk een vredig bestaan leiden. Tot op zekere hoogte, allicht, als deze Gulliver de Grote Vervallen Bibliotheek van het eiland bezoekt. Een sekseloze, haveloos geklede figuur weet van de hoed en de rand. „De mensen eten het norakpapier, daarom lopen ze rond met een boek in hun hand. Ja, het geeft hun een vredig gevoel, en een gevoel van liefde, maar norak kan ook aanzetten tot donkerder passies. Zij/hij had mensen gek zien worden van de norak, van boeken, met schuim om de mond, bereid te doden.”
Ontsnapt uit zijn benarde eilandcel besluit de Gulliver van Atte Jongstra, in het voetspoor van Swift, nooit meer geografisch, maar louter door zijn eigen geest te reizen.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.