*

 

Janine Jansen schittert en ontroert

Christo Lelie − 09/02/07, 00:00

recensie

Rotterdams Philharmonisch Orkest, Claus Peter Flor, dirigent, Janine Jansen, viool, Jan Jansen, orgel. Gehoord: 6-2-2007, Concertgebouw de Doelen, Rotterdam. Nog te beluisteren: 9-2 (20.15 uur)m 11-2 (14.15 uur).

Organist Jan Jansen lijkt mee te profiteren van het succes van zijn wereldberoemde dochter, de violiste Janine Jansen. Regelmatig betreden beiden de grote concertpodia. Deze week zijn ze te beluisteren in de Rotterdamse Doelen, samen met het Rotterdams Philharmonisch Orkest onder Claus Peter Flor.

Een weinig gehoorde inleiding vormt de Ouverture in e van Franz Schubert. Het is een sterke compositie met het nodige ritmische raffinement, dat niet altijd even zorgvuldig werd gerealiseerd door de degelijk maar nogal stug dirigerende Claus Peter Flor.

Janine Jansen had de dankbare taak Mendelssohns vioolconcert te spelen. Qua rijkdom aan emoties is dit een van compleetste concerten uit de muziekliteratuur; het heeft als bijkomend voordeel dat de solist vanaf de eerste maten bijna constant aan het woord is. Jansens uitvoering was technisch onberispelijk, maar overtuigde vooral door haar immens dramatische expressie.

Op haar schitterende Stradivarius wist Jansen recht de harten van de mensen in te strijken. Ze is een en al beweging, zowel muzikaal als fysiek; het prettige is dat hier geen sprake is van show, maar van innerlijke bewogenheid voor het kunstwerk dat zij vertolkt. Alle aspecten van Mendelsohns concert, virtuositeit, lyriek, dramatiek, divertissement en humor, waren in de juiste dosering aanwezig. Diepe indruk maakten, naast de krachtige cadensen en de meeslepende solo’s, de allerhoogste noten, waarmee Janine Jansen in een nauwelijks hoorbaar pianissimo tot achter in de grote Doelenzaal de mensen in vervoering bracht.

Jan Jansen trad na de pauze aan in Symfonie nr. 3 in C van Saint-Saëns. In de volksmond wordt deze ’orgelsymfonie’ soms wel ’orgelconcert’ genoemd, maar dat is geen juiste benaming. Hoewel de orgelpartij indrukwekkend is, is deze niet concertant. In het hele eerste deel zwijgt het orgel zelfs; technisch gezien is de orgelpartij eenvoudiger dan die van bijvoorbeeld het pianoduo, dat in de finale korte tijd soleert. Claus Peter Flor leek in dit werk bovenal geïnteresseerd in de contouren.

Opvallend was dat hij de delen aaneensmeedde tot één brok monumentale architectuur. Zowel in Mendelsohn als Saint-Saëns neigde hij tot een globale aanpak. Binnen dit kader bood Mendelssohns vioolsolo aan Janine Jansen veel meer mogelijkheden de uitvoering in detail uit te lichten, dan Saint-Saëns’ orgelpartij. In zijn onberispelijke uitvoering had Jan Jansen te kampen met de renovatie van het Doelen-orgel.

Stammend uit de jaren zestig, een tijd waarin men zich afzette tegen de symfonische orgelbouw, hinkt dit Flentrop-orgel op twee gedachten. Met een dispositiewijziging en herintonatie probeert men de orgelklank meer draagkracht te geven. In de acht stemmen bleek deze aanwezig, maar in het plenum niet. Jammer dat deze herdispositie nog net niet voltooid was bij de uitvoering van deze symfonie.

mailIcon print |