recensie
Regie: Chris Noonan. Met: Renée Zellweger, Ewan McGregor, Emily Watson. In 51 bioscopen
Iedereen kent ze, de tekeningen van Beatrix Potter: Pieter Konijn met zijn blauwe vestje, Jozefien Kwebbeleend met haar grote flaphoed. Deze nog altijd populaire, klassieke dierenfiguren in zachte tinten werden getekend door een vrouw van goede afkomst die een minder conventioneel leven leidde dan haar zoete boekjes zouden doen vermoeden.
Beatrix Potter (1866-1943) was op haar zesendertigste nog niet getrouwd, ondanks uitgebreide bemoeienissen van haar moeder. Potter tekende liever en praatte dan tegen haar creaties. Verliefd werd ze pas op de man die haar werk serieus nam: Norman Warne, die haar eerste boekje, ’The Tale of Peter Rabbit’, uitgaf. Het werd een hit en Potter schreef nog tweeëntwintig dierenverhalen voor kinderen.
Potter mag dan een wat tegendraadse vrouw zijn geweest, haar biopic werd braaf gefilmd door Chris Noonan (’Babe’), die zijn personages geen ruwe kantjes geeft. De schrijfster blijft in de vertolking van de weeë Renée Zellweger een beheerste, wat saaie dame en zelfs haar beste vriendin Millie (Emily Watson), die toch echt oogt als een suffragette, heeft weinig pit. De toon van ’Miss Potter’ komt nog het meest in de buurt van de boeken die Miss Potter naliet: mooi, aardig, maar ook een beetje, tja, zouteloos.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.