*

 

Carabain maakte rumoer op Bossche marktdag hoorbaar

Cees Straus − 20/01/07, 00:00

Met een goed oog voor de schilderachtige scène heeft de schilder Jean François Carabain een markttafereel in Den Bosch weergegeven. Het is een voorstelling vol rumoer: in de smalle doorgang tussen de winkels en de marktkramen staat een door twee paarden getrokken huifkar (in Brabant hoogkar genoemd) stil, terwijl op korte afstand een boer met zijn waar op een paardekar tussen alle koopwaar zijn weg tracht te vinden. De kans dat hij er langs kan is niet erg groot. De voerman van de huifkar trekt er echt de tijd voor uit om een gesprek aan te gaan met twee in fraaie klederdracht gestoken vrouwen, terwijl er op deze gebruikelijke marktdag overal kleine oploopjes ontstaan. Spelende kinderen die meer oog hebben voor loslopende honden, zullen de voerman tot voorzichtigheid manen.

Het Noordbrabants Museum in Den Bosch, dat het marktgezicht onlangs heeft verworven, ging het minder om de spectaculaire stoffering. Het gaat hier vooral om de topografische situering van het beroemdste plein van de wat eens de hoofdstad was van het (noordelijke) Bourgondische rijk interessant. Het museum heeft wel meer marktgezichten, maar deze situatie die het uitzicht biedt op de noordzijde van de bebouwing op de markt, is tamelijk ongewoon. Het oudste marktgezicht in de collectie dateert uit 1530 en laat de noordkant van het Bossche stadshart als lakenmarkt zien. Uit de daaropvolgende eeuwen heeft het museum nog enkele stadsgezichten, maar het onderwerp is in de kunstgeschiedenis dan wel erg schaars geworden. Zo bezit het museum een gezicht op de oostkant van de markt door Jan van Beerstraten (17de eeuw) en enkele 18de eeuwse tekeningen van Pronk en De Beijer. Aan twee olieverven, uit de 16de en de 19de eeuw, wordt wat de topografische betrouwbaarheid betreft getwijfeld.

Je kunt daarom stellen dat het paneel van Carabain waarschijnlijk het eerste werk na 1530 is waar weer eens aandacht aan de noordkant van het plein wordt besteed.

Carabain (1834-1924) is een van die vele aantrekkelijke schilders uit de Hollandse romantiek die zich toelegde op een min of meer juiste topografische weergave van mooie oude steden. Hij keek niet alleen in Hollandse steden rond, maar trok ook regelmatig naar Duitsland, Oostenrijk en Frankrijk. Na 1880 verruilde hij Amsterdam, wat tot dan toe zijn uitvalsbasis was geweest voor Brussel. Daar heeft bijna een halve eeuw ononderbroken gewoond.

Dat heeft er mede voor gezorgd dat Carabain tot de Belgische romantiek wordt gerekend. Aan de hand van onder meer deze aanwinst kan dat nu wel worden afgewezen.

Carabain was in Nederland verwant aan twee andere en minstens even grote stadsschilders, te weten Cornelis Springer en Willem Koekkoek. Met Springer komt hij de sterke licht-donker werking overeen. Loopt die bij Springer als een diagonaal over de voorstelling, bij Carabain is veel meer sprake van een horizontaal opgebouwd evenwicht. Naar goed - Hollandse traditie (denk aan landschapsschilders als Aelbert Cuyp, Hobbema en Van Ruijsdael) is de voorgrond bij Carabain donker, terwijl de architectuur op het achterste plan door het zonlicht fel wordt opgelicht.

Carabain weet trouwens op meesterlijke wijze een indrukwekkende wolkenlucht uit te beelden. Dat moet hij ongetwijfeld van Hobbema en Ruijsdael hebben afgekeken.

Het schilderij, dat voor een ton bij kunsthandel Bies in Eindhoven werd aangekocht, hangt tot en met 25 februari in het aanwinstenhoekje in het voormalige Gouverneurspaleis in de Bossche Verwersstraat. Dat is niet ver van de nog altijd mooie Markt.

mailIcon print |