*

 

Solisten rommelen bij Beethovens Tripleconcert

Door: redactie − 18/01/07, 00:00

recensie

Orchestre des Champs-Elysées olv Philippe Herreweghe. Met Andreas Staier (fortepiano), Daniel Sepec (viool) en Jean-Guihen Queyras (cello). Werken van Beethoven. Di 16/1 in Vredenburg, Utrecht. Herhaling: vanavond in de Oosterpoort in Groningen.

Beethovens Tripelconcert voor viool, cello, piano en orkest is een problematisch werk, dat eigenlijk niet te vergelijken is met Beethovens andere soloconcerten. Het is een onhandig ding, want je hebt naast een orkest drie solisten nodig: een compleet pianotrio, dat ook nog eens niet helemáál aan zijn trekken komt.

De cello- en de vioolpartij spreken nog het meest tot de verbeelding, maar de pianopartij hield Beethoven expres eenvoudiger. Hij schreef het werk immers voor zijn adellijke leerling aartshertog Lobkowitz, een niet heel erg begaafde pianist. En ook de vorm van het werk is gek: een lang eerste deel, gevolgd door een te kort langzaam deel dat bijna achteloos overgaat in de finale.

Misschien dat het Tripelconcert om die redenen nooit de plaats op repertoire heeft gekregen van de andere werken van Beethoven. Maar toch: het blijft Beethoven, dus altijd geniaal genoeg om het zo nu en dan op het programma te zetten. Zoals dinsdag in Vredenburg met de veelbelovende opstelling van het Orchestre des Champs-Elysées onder Philippe Herreweghe, Andreas Staier (fortepiano), Daniel Sepec (viool) en Jean-Guihen Queyras (cello) als bekende solisten. Allemaal op authentieke instrumenten. Dat scheelt in klankbeleving, want met het vetter klinkende modern instrumentarium zit iedereen elkaar in de weg op het toch al overvolle podium.

Toch maakte de uitvoering dinsdag de belofte niet helemaal waar. Over het orkest van Herreweghe niets dan lof, maar het solistentrio bakte er niet veel van. Sepec en Queyras spelen samen in het Arcanto Kwartet, maar dinsdag leek het alsof ze elkaar voor het eerst zagen. Er was weinig communicatie tussen de drie, waardoor inzetten ongelijk waren en fraseringen vaak in drie varianten klonken. De intonatie van violist Sepec zat er voortdurend naast, maar ook Queyras pakte zijn tonen met name in het eerste deel vaak te laag. In de toegift klonk het trio niet veel beter.

Bleef het geluid van het Tripelconcert dinsdag wat op het podium hangen, Herreweghe revancheerde zich glorieus in de pastorale Zesde symfonie. De Zesde klonk als een echte feelgood-symfonie, waarin Beethoven zijn gevoelens over de natuur op pastorale wijze toonzette. Zou een hedendaagse componist in dat verband een griezelsymfonie schrijven over de gevolgen van het broeikaseffect: in Beethovens tijd was het allemaal nog koek en ei tussen de mensen, de beekjes, de bomen en de boeren. Zelfs het onweer tegen het eind dient er bij Beethoven alleen maar voor om het slot nog frisser te laten klinken.

Zo fris en nieuw klonk ook de uitvoering van Orchestre des Champs-Elysées. Herreweghe bouwde Beethovens weidse landschap meesterlijk op. Hij spande een regenboog aan orkestkleuren over de wuivende klankvelden, maar toverde ook regelmatig de mooiste details tevoorschijn. Herreweghes storm in het vierde deel was de indrukwekkendste sinds tijden: het orkest donderde dat het een aard had.

Alsof het gisteren was gecomponeerd. Anthony Fiumara

mailIcon print |