*

 

Opnieuw laat Mel Gibson het bloed rondspatten, nu door indianen

Belinda van de Graaf − 11/01/07, 00:00

recensie

Regie: Mel Gibson. Met Rudy Youngblood. In 81 bioscopen.

Het is best lastig om naar Mel Gibsons indianenavontuur ’Apocalypto’ te kijken, en de persoon Mel Gibson helemaal te vergeten. We hebben het over de 51-jarige, Australische Hollywood-ster die met zijn extreem bloederige spektakelstuk ’The Passion of the Christ’ wereldwijd commotie veroorzaakte.

Gibson ging er drie jaar geleden prat op dat hij bij de uitbeelding van de laatste dagen van Jezus Christus, steeds de gewelddadigste en dus ook controversieelste kruisweg koos. Afgelopen zomer was het ook hommeles, toen een dienstdoende agent een antisemitische tirade uit zijn mond optekende. Gibson was achter het stuur van zijn auto vandaan geplukt, dronken, te hard rijdend en scheldend: ’Joden zijn verantwoordelijk voor alle oorlogen in de wereld’.

Gibson was wegens zijn gruwelijke passiespel al beticht van antisemitisme. Velen die nog twijfelden aan zijn intenties, zullen na de scheldkanonnade van vorig jaar (waarvoor wel excuses werden gemaakt) toch over de streep zijn getrokken. Gibson, de strenge rooms-katholiek, heeft zich ook publiekelijk uitgesproken tégen euthanasie en vóór de doodstraf. Zijn vader is neergezet als Holocaust-ontkenner.

Het is moeilijk in te schatten, in hoeverre er een hetze tegen de regisseur wordt gevoerd, maar feit is dat er geen al te frisse geur rond zijn persoon hangt. Met een zekere argwaan stap je dan in zo’n nieuw epos, waarin meteen al in de eerste scène een tapir aan een spies wordt geregen, en een stel indianen met rotte tanden en klitterige haren triomfantelijk een bloederig hart in de lucht steekt. Met de afgehakte oren en ballen van het dier wordt een lolletje uitgehaald.

We zitten in de jungle van Centraal-Amerika, vlak voor de komst van de Spanjaarden, in de zestiende eeuw. Gibson schetst een redelijk idyllisch jagersdorp dat op een dag wordt opgeschrikt door moordend en verkrachtend tuig. Jaguar Paw is een van de jongemannen die in de boeien worden geslagen, om geofferd te worden aan de goden van de Maya-indianen die diep in het woud hun fantastische piramidenrijk hebben opgebouwd.

In de traditie van de beste epische filmers – denk vooral aan de vroege spektakelstukken van D. W. Griffith – openbaart Gibson een stad midden in de jungle, met een godsdienstwaanzinnige menigte, juichend bij elk hoofd dat wordt afgehakt, om de goden gunstig te stemmen. Zo’n fijne civilisatie was dat niet, moeten we concluderen.

En als onze jonge held Jaguar Paw op miraculeuze wijze weet te ontsnappen en er een lange, wilde, adrenalineverhogende achtervolging volgt, dwars door de jungle, hoop je vooral dat hij het gaat redden, zodat hij weer bij zijn mooie zwangere meisje kan zijn. Kitsch.

Zoals ’The Passion of the Christ’ in het Aramees en Latijn werd opgenomen, zo is ’Apocalypto’ geheel opgenomen in de Maya-taal. Amerikanen vonden dat zo exotisch, dat ze de Hollywood-productie nomineerden voor ’best foreign language film’. Ondertussen laat Gibson het bloed opnieuw flink rondspuiten, en aan het einde van de film de Spanjaarden (lees christenen) arriveren als het echte godswonder.

De regering van Guatemala is overigens niet zo blij met de film. Historisch gezien zou er niet veel van kloppen. En de Maya’s waren beslist niet zo woest als zij worden afgeschilderd.

mailIcon print |