recensie
Bij spannende boeken kom je zelden nog een ouderwets spookverhaal tegen. Wel aanpalende genres als wicka en ’er is meer tussen hemel en aarde’- parapsychologie, maar die bezorgen de lezer eerder jeuk dan kippenvel.
’Vrouw in het zwart’ daarentegen is een eersteklas spookverhaal, dat helemaal aansluit bij de negentiende-eeuwse traditie van, vooral, Edgar Allan Poe.
Susan Hill begaat niet de fout het te laten spelen in de moderne tijd. Ze verplaatst ons naar het begin van de vorige eeuw, naar een wereld van eenzame landhuizen, mistflarden en een onherbergzaam landschap. Een man van stand, notaris in ruste, blikt op Kerstavond, terwijl zijn gezin zich vermaakt met het vertellen van spookverhalen, terug op de angstaanjagendste ervaring van zijn leven. Wat voor de jongeren in zijn huis topvermaak onder de kerstboom is, is voor hem een nachtmerrie.
Als aankomend notaris in Londen had hij van zijn baas opdracht gekregen af te reizen naar een afgelegen dorp in Noord-Engeland. Cliƫnte mevrouw Drablow, weduwe, was overleden en hij moest in haar huis de documenten bij elkaar zoeken om de nalatenschap te regelen.
De opdracht stond hem aan; hij was net verloofd, toe aan zelfstandigheid en wilde een stapje hogerop.
Het verhaal profiteert vooral van Hills verzorgde verteltrant. Het ontwikkelt zich rustig, met aandacht voor de sfeer van de tijd. Hill neemt de ruimte om de reis en het landschap te beschrijven, en ook het discrete, of wellicht angstige zwijgen van dorpelingen over de gestorven weduwe. Want daar is iets mee aan de hand.
De lezer is al goed in de stemming als de jonge notaris het huis betreedt, en wordt daarna volledig bediend, inclusief enge geluiden uit het moeras, gierende wind, kreunende vloeren en een afgesloten deur die plotsklaps wijdopen staat. Slow, en toch huiveringwekkend, het bestaat nog.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.