*

 

Hier huilt een moeder, hier waakt een weduwe

Erik Jan Harmens − 01/03/08, 00:00

recensie Twee bundels over rouw: de éne van Chaja Polak, de ander van de nog onbekende Hanneke van Schooten. Zij verrast het meeste.

In 2004 publiceerde Anna Enquist een dichtbundel getiteld ’De tussentijd’, opgedragen aan haar bij een verkeersongeluk omgekomen dochter. ’In memoriam mijn dochter Margit 1974-2001’, stond voorin de bundel te lezen. „En zij die in de verte aan het water/staat, en wenkt, is een van ons”, luidt de beroemde slotregel van het openingsgedicht. Ook het einde van de bundel staat gestanst in mijn geheugen: „Het is een groots werk, het neemt / al onze uren, het losmaken / van de dochter uit ons’. Bovenal was de bundel geslaagd als eerbetoon aan een vroeggestorven vrouw met een ‘kelige lach / gevormd door weldoorbloede / huig en gonzende kaakholtes’.

Nu schrijft Chaja Polak, voorheen enkel actief als prozaïst, een dichtbundel ter nagedachtenis aan haar jong overleden zoon met als tekst voorin: ‘denkend aan krijn-jan, 17-9-1965 – 8-2-2006’. Deze bundel opent met woede: „de lamp mag niet aan / de lamp mag nooit meer aan, nooit meer – nog niet / samen met het lamplicht zal de waarheid voor hen staan.” Een vrouw op de tramhalte met een ’reuzegezellig hoofd’ en ’babbelende lippen’ verleidt de rouwende tot de verzuchting: „ergens moeten toch zinnen zijn om deel te kunnen nemen / aan dit gesprek”. De herinnering aan hem is ’een donker vloeiend grijs / leegte blijft’.

Polak schreef een bundel die één op één voldoet aan het prototype van de rouwende die de dood als waarheid niet wil aanvaarden. Als ze schrijft over een „stil ineengedoken vrouw / zij die hem baarde / daarom schuldig is”. Als ze schrijft: „tussen mij en buitenhuid / kruipt ijs.” En ook als ze schrijft: „langzaam / langzaamaan / delete zijn vrouw zijn naam.” Hier huilt een moeder om haar zoon. Het is wat er staat, er wordt weinig verbeeld, het is een treffend maar ook topzwaar relaas van holte. Als mijn kind zou overlijden zou ik zo’n zelfde bundel geschreven hebben, maar dat maakt het nog geen goede bundel.

Wie wel een volslagen verrassing biedt, is de mij verder onbekende dichter Hanneke van Schooten, die na een speurtochtje op het internet juriste blijkt te zijn. Ze is kersvers weduwe en in die hoedanigheid schreef ze één lang gedicht waarin de nacht voorafgaand aan een begrafenis beschreven wordt: „De stad slaapt, de hemel slaapt, de avond / ligt zonder bewegen over daken / zonder geluid over blinde huizen.”

Van Schooten schreef een wiegelied voor de slapeloze rouwenden die zien hoe het display op de wekkerradio verspringt en verspringt. ‘O god, de dag begint’, luidt de slotregel, en die dag wordt met vrees tegemoetgezien want dan zal de overledene naar het graf gedragen worden. Dan wordt de waarheid bewaarheid.

In de nacht ervoor slaat, tikt en klingelt de tijd, zo lezen we in het hieronder afgedrukte fragment. Van Schooten overdrijft in die regels het voorbijgaan van de uren zo sterk, dat ze de lezer zelfs het ruisen van de zandloper laat horen. Het verzameld uurwerkenorkest is een pandemonium. Zonder pathetiek dwingt ze ons getuige te zijn van wat onafwendbaar is: de ochtend.

Maar dit gedicht gaat over de uren voor-het-zover-is. De tijd wordt bijna stilgezet. De lezer wordt er in regel twee met het woord ’luister’ aan de haren bijgetrokken en medeplichtig gemaakt. Hem wordt de ’trage dragende slagen’ vanuit de kerktoren onder de neus gewreven. Nu ’tinkelt’ de tijd nog, maar dat maakt de ochtend van de uitvaart niet minder onafwendbaar en onaanvaardbaar. Zoals het lamplicht bij Polak, eerder in deze bespreking, is het hier het ochtendgloren dat de waarheid in vol ornaat toont. Licht is de reveille van de donkerte.

Helemaal aan het slot van Hanneke van Schootens gedicht dient een krantenjongen met het bezorgen van de krant het genadeschot toe (’de brievenbus kleppert’), want in het dagblad staat „het rouwbericht / dat zwart omkaderd klaar ligt / voor gretige handen die knisperend / de bladzij openslaan”. Overlijdensberichten als lekker begin van de dag voor de gretige goedemorgenkrantlezer, die met leedvermaak een ander tussen zes plankjes naar beneden ziet gaan.

mailIcon print |