recensie Afgelopen zondag koos Servië voor Tadic, een leider die de blik richt naar Europa - waar zijn land overigens geen best imago heeft. Maar wat Servië deelt met het Westen is de Holocaust. Van die ramp, en van wat eraan vooraf ging, getuigt ’Het boek Blam’, een nu vertaald meesterwerk uit 1985. Aleksandar Tisma verrukt én shockeert de lezer met de soms gruwelijke, maar altijd fijnzinnig beschreven ervaringen van een Jood uit Novi Sad.
Als een slaapwandelaar loopt Miroslav Blam door zijn woonplaats Novi Sad. Het is in de jaren na de Tweede Wereldoorlog, die nog vers in het geheugen ligt. Als een van de weinige Joden heeft Blam de oorlog overleefd, omdat hij zich op tijd liet dopen en getrouwd was met een christelijke vrouw – maar ook een beetje door het toeval.
Tijdens zijn wandelingen keert de melancholieke Blam in gedachten terug naar de verdwenen wereld, naar de kleine neringdoenden uit de voormalige jodenstraat, naar zijn ouders en zijn zus Esther en naar de vele anderen die omkwamen tijdens de razzia in 1942 of in de Duitse kampen.
Blam voelt zich nutteloos en gaat gebukt onder schuldgevoelens, hij is een ’vergeten voorwerp, een fossiel van een overgewaaid historisch tijdperk’.
’Het boek Blam’ uit 1985, zojuist elegant vertaald door Guido Snel, mag je als het oerboek van de grote Servische schrijver Aleksandar Tisma (1924-2003) beschouwen. Zijn belangrijkste thema’s schuld, geweld, onderdrukking en rassenwaan zijn hier subliem verwoord, qua vorm en stijl is het nog net iets sterker en ambitieuzer dan de al lang geleden bij ons verschenen titels: de romans ’De Kapo’, ’Het gebruik van de mens’, ’Argwaan en vertrouwen’ alsmede de verhalenbundel ’De school der goddeloosheid’. (Vreemd dat zijn meesterwerk over Blam nu pas in het Nederlands verschijnt.)
In alle boeken van Tisma speelt de Tweede Wereldoorlog een belangrijke rol; wat dit aangaat is hij vergelijkbaar met andere belangrijke Oost-Europese schrijvers als Tadeusz Borowski, Imre Kertész, Norman Manea en Danilo Kis. Maar Tisma's romans laten, misschien onbedoeld (ze spelen zich merendeels af in de periode meteen na de oorlog), ook iets zien van de latere conflicten in Joegoslavië en op de Balkan. Overal loert de onverdraagzaamheid, vormen de spanningen en jaloezieën tussen de diverse volkeren een heet hangijzer.
Aleksandar Tisma was als zoon van een Hongaars-Joodse moeder en een Servische vader opgegroeid in de Noord-Servische provinciestad Novi Sad, waar voor de oorlog als nagalm van de Oostenrijks-Hongaarse monarchie Duitsers en Hongaren, Serven en Kroaten, Joden en christenen vreedzaam samenleefden.
Na de oorlog werkte hij lange tijd als journalist en redacteur bij een uitgeverij, alvorens hij zich volledig aan de literatuur wijdde. Zijn belangrijkste werk is tamelijk laat ontstaan, toen hij de zestig al gepasseerd was.
’Het boek Blam’ stelt enige eisen aan de lezer, die echter ruimschoots wordt beloond. De fragmentarisch vertelde roman speelt zich af op drie tijdsniveaus, waartussen Tisma even behendig als frequent wisselt: in een onbepaald jaar niet ver na de oorlog, tijdens de nationaal-socialistische dictatuur en in de jaren twintig en dertig, toen de hoofdpersoon zijn kindertijd beleefde.
Blams meertalige vader was voor de oorlog journalist bij een lokale krant, maar bij het uitbreken van de dictatuur veranderde zijn situatie drastisch: hij werd gedegradeerd tot advertentie-acquisiteur en moest zijn woning gedeeltelijk afstaan. De Blams werden tweederangs burgers en vanaf 1941, toen de Hongaren de Duitse bezetters kwamen assisteren, werd hun situatie nog neteliger.
In het eerste deel wordt de jonge Blam als middelmatige gymnasiast opgevoerd, die al spoedig ’stijf van zinnelijkheid’ staat. Aanvankelijk stelt hij zich nog tevreden met het begluren van een naakte buurvrouw, maar al spoedig komt hij ter zake: hij ontmaagdt zijn vriendin Lili (tevens een ver familielid), die zwanger wordt en met behulp van Blams moeder een abortus ondergaat.
Later zal deze Lili Ehrlich overigens nog een belangrijke, een ontroerende rol spelen. Ze heeft met moeite de oorlog overleefd, is met haar vader door heel Europa getrokken en stuurt Blam vanuit Italië en Zwitserland hartstochtelijke liefdesbrieven, die echter om onduidelijke redenen niet aankomen.
Blam trouwt in het begin van de oorlog met de ongeletterde maar uiterst zinnelijke Janja, die hij op een dansavond heeft leren kennen. (De manier waarop Tisma beschrijft hoe Blams erotische interesse wordt opgewekt door deze proletarische vrouw is magistraal.) Maar al spoedig bedriegt Janja hem met de journalist en vrouwenheld Popadic, een collega van Blams vader, die het tijdens de bezetting tot chef-redacteur van de plaatselijke krant brengt en meteen na de oorlog wegens collaboratie wordt geëxecuteerd.
Aan gewelddadige scènes bestaat geen gebrek in ’Het boek Blam’. In hoofdstuk elf wordt, uiterst gedetailleerd (deels vanuit het perspectief van de daders), de beruchte razzia in Novi Sad van 1942 beschreven, die op een bloedbad uitliep waarbij veertienhonderd mensen stierven – onder wie Blams ouders. Net daarvoor is zijn zuster Esther vermoord, die tot een verzetsgroep behoorde. Geen wonder dat het vanaf die tijd met Blam bergafwaarts gaat, een ’allesoverheersende, ijskoude verbijstering’ maakt zich van hem meester. Uiteindelijk, we zijn dan na 1945, leeft hij – niet ongewoon voor de nabestaanden van de oorlogsslachtoffers – in ’een staat van verdoving, buiten bereik van de dood maar ook van het leven’.
Sommige fragmenten uit deze roman zijn onvergetelijk. Ik denk bijvoorbeeld aan de korte episode met de joodse gevangenen, die zitten opgesloten in de plaatselijke synagoge en moeten wachten op een transport naar Auschwitz. Ze zijn ontdekt door hun honden, die niet uit de omgeving van de synagoge zijn weg te slaan. Ook als de gevangenen na enkele dagen naar het station worden overgebracht, willen ze in de buurt van hun baasjes blijven. „Ze renden nog even achter achter de trein aan maar werden dit zat toen hun snuit geen bekende geur meer registreerde. Verwonderd keken ze naar de akkers en greppels waarin ze waren beland, ze dronken met hun rode, uit de bek hangende tong en gingen ieder hun eigen weg, terug naar de stad.”
Maar je doet deze roman te kort door alleen maar op de inhoud te wijzen. Hier is een eersteklas stilist, een voortreffelijke vormkunstenaar aan het woord. Tisma heeft een voorkeur voor lange en elegante zinnen, kunstig maar nergens gekunsteld. Opvallend zijn de uiterst gedetailleerde waarnemingen, de fijnzinnige observaties, die een merkwaardige combinatie aangaan met de soms shockerende inhoud. Kortom: ’Het boek Blam’ behoort tot de grote, de onvergankelijke werken uit de Oost-Europese literatuur van de laatste decennia.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.