*

 

Van Doeselaar imponeert met Messiaens kleuren

Christo Lelie − 24/01/08, 00:00

recensie

Leo van Doeselaar, Gregor Horsch en Lars Wouters van den Oudenweijer, ’Messiaen in vogelvlucht’ op 22/1 in Concertgebouw Amsterdam.

Hoewel Olivier Messiaen een sleutelfiguur in de twintigste-eeuwse muziekgeschiedenis was en het orgel centraal in zijn oeuvre staat, klinkt zijn orgelmuziek hier maar sporadisch. In Nederland is er dan ook slechts een handjevol orgels beschikbaar, groot genoeg om er de door de componist nauwkeurig voorgeschreven, essentiële en uitzonderlijke registercombinaties op te kunnen realiseren.

Een geschikt Messiaen-orgel staat in het Concertgebouw, ook al heeft deze ruimte niet de mystieke akoestiek van een kathedraal. Dit Maarschalkerweerd-orgel heeft sinds de laatste restauratie alle klankkleuren in huis voor de complexe klankweefsels van Messiaen.

Helaas maakt de drukke orkestprogrammering het houden van orgelconcerten in het Concertgebouw bijna onmogelijk. Bijzonderder dus, dat dinsdag op prime time ruimte was vrijgemaakt voor een orgelconcert in de serie ’Messiaen in vogelvlucht’. Leo van Doeselaar leidde hierin het publiek langs delen uit de grote, cyclische orgelwerken uit de periode 1930-1984. Hij deed dat op een imponerende manier. Met grote trefzekerheid en overtuigingskracht liet hij de kleurenpracht van Messiaen opbloeien. Voor het eerst was de complexiteit van orgelspel goed te volgen voor het publiek, dankzij een camera met beamerprojectie.

Het oudste uitgevoerde werk was ’Diptyque’ uit 1930, waar in de tweede helft de latere Messiaen herkenbaar wordt. Dit deel bestaat uit een zeer trage, simpele en eindeloos lange cantilene, gespeeld op de flûte harmonique, zoetgevooisd begeleid door de voix céleste. In 1940 zou Messiaen als krijgsgevangene het in een versie voor viool en piano als coda aan zijn aangrijpende ’Quatuor pour la fin du temps’ toevoegen. Onnavolgbaar intens vertolkte cellist Gregor Horsch ’Louange à l’Eternité de Jésus’, subtiel op de piano begeleid door Van Doeselaar. Ook dit is zo’n oneindige melodie, welke Horsch geheel uit het hoofd hemelse allure gaf. Even aangrijpend was de ’Quatuor’-klarinetsolo ’Abîme des oiseaux’ in de uitvoering van Lars Wouters van den Oudenweijer. Wat een prachtige zachte tonen kan deze musicus uit zijn klarinet toveren en wat een uitstekend gevoel voor timing!

Rond deze fragiele klanken hoorden we het orgel bulderen, ruisen en kwinkeleren in uitsluitend mystiek-religieuze werken, gebaseerd op Indiase raga’s, exotische vogelgeluiden en synesthetische verklankingen van kleuren. Gelukkig dat voor deze schitterende avond redelijk veel publiek naar de grote zaal was gekomen.

mailIcon print |