*

 

’Word een eenling, net als Jezus’

Riemer Roukema − 01/03/08, 00:00

recensie Spiritualiteit staat erg in de belangstelling. Wat echter ook aandacht verdient, zijn spirituele klassiekers uit de westerse geschiedenis. Zoals het mystieke Johannesevangelie en het pas kort geleden ontdekte en niet in de Bijbel opgenomen, eveneens mystieke, Thomasevangelie. Hierin wordt verteld waar je het goddelijke kunt zoeken.

’Niemand heeft ooit God gezien”, staat er in het begin van het Johannesevangelie. Van Griekse goden werd verteld dat zij aan mensen konden verschijnen, en ook van Israëls God staat soms beschreven dat mensen hem even hebben gezien. Maar Johannes blijkt aan te sluiten bij een andere traditie, die zowel in de Israëlitische als de Griekse wereld bekend was: God is voor mensen onzichtbaar.

Als je een evangelie zo begint, is er dan verder nog iets over ’God’ te zeggen? Ja, meent de auteur van dit boek, want de eeuwen door hebben mensen toch iets van God ervaren, doordat ze zijn stem hebben gehoord. Die stem van God heet aan het begin van dit evangelie Logos – dat is Grieks voor ’woord’, en het Grieks is de taal waarin dit evangelie is geschreven. Dat de onzienlijke God spreekt, wordt in de heilige boeken van het volk Israël vaak betuigd. De schepping van de wereld begon ermee, toen God sprak: „Laat er licht komen”. God sprak ook tot Abraham, dat hij uit zijn land moest wegtrekken. Tegelijk sprak de term Logos ook Grieken aan: voor hen was dat de natuurkracht die de wereld ordent en samenbindt.

De ooit revolutionaire visie van het Johannesevangelie is dat Gods Logos als een sterfelijk mens op aarde is verschenen. Volgelingen van Jezus van Nazaret waren tot de overtuiging gekomen dat hij Gods ’Woord’ in eigen persoon was. De mens Jezus zou als ’het licht’ de manifestatie van de onzichtbare God zelf zijn. Hij was bij God vandaan gekomen, heette daarom Gods Zoon en was na zijn dood en opstanding naar zijn Vader teruggekeerd. Jaren na dato biedt dit evangelie een impressie van zijn onderricht, gesprekken en wonderen. Wie in hem geloofde, zou opnieuw geboren worden en tot kind van God worden. Het Johannesevangelie valt op door zijn mystieke taal.

Waarschijnlijk is dit evangelie in zijn huidige vorm aan het einde van de eerste eeuw van de jaartelling geschreven. Het weerspiegelt de discussies die in die decennia werden gevoerd met die Joden die Jezus als een bedrieger beschouwden. Enkele felle, soms antisemitisch klinkende uitspraken over ’de Joden’ zijn door die pijnlijke breuk in het jodendom gekleurd.

Volgens een oude traditie is Johannes de auteur van dit boek. Eén van Jezus’ apostelen heette zo, maar vermoedelijk is met de schrijver toch een andere leerling van Jezus bedoeld. De Johannes die in het eerste hoofdstuk voorkomt, is weer iemand anders, namelijk Johannes de Doper.

Het Thomasevangelie presenteert Jezus mysterieus als ’de Levende’. Ook hier geldt hij als ’het licht’ en als ’de Zoon’, namelijk van de Vader, uit wiens hoge koninkrijk hij is neergedaald. Volgens dit geschrift is alles uit Jezus ontstaan en is alles op hem gericht. Het draait hier echter niet om geloof in Jezus, maar om kennis, zelfkennis vooral. Een mens dient te beseffen dat hij of zij, net als Jezus, uit de hoge lichtwereld afkomstig is en ertoe bestemd is daarheen terug te keren. Wie Jezus’ onderricht indrinkt, wordt zoals hij. Net als Jezus dienen zijn leerlingen ’eenlingen’ te worden, om zo Gods koninkrijk in zichzelf te kunnen ervaren. Ook dit geschrift ademt een mystieke geest.

Het Thomasevangelie bestaat uit ruim 100 spreuken en parabels op naam van Jezus en enkele korte gesprekken met zijn leerlingen. Hoewel een aantal hiervan in iets andere vorm bekend is uit andere evangeliën, gelden Jezus’ woorden hier toch als ’geheim’. Een deel is vermoedelijk afkomstig uit de eerste joods-christelijke gemeente in Jeruzalem, een ander deel stamt kennelijk uit een mystieke, esoterische bron. De ordening en strekking van de spreuken is vaak raadselachtig. Het is de bedoeling dat de lezer naar de betekenis ervan zoekt en zo het ware leven vindt.

Deze verzameling van ’geheime woorden’ is aan Jezus’ apostel Thomas toegeschreven, maar het is onwaarschijnlijk dat dit geschrift echt door hem is samengesteld. Als collectie is het ergens in de tweede eeuw ontstaan, vermoedelijk in Syrië, en geschreven in het Grieks of het Syrisch. Het is bewaard gebleven in enkele Griekse fragmenten en een latere Koptische vertaling. Anders dan het Johannesevangelie is het Thomasevangelie niet in de Bijbel opgenomen. Vandaar dat het eeuwenlang onbekend was, tot het in 1945 in een Koptisch handschrift in Egypte werd teruggevonden.

Dit is een inleiding op het eerste boek in de reeks 'De kracht vanbinnen’, die wordt uitgegeven door Uitgeverij Van Gennep en Trouw.

mailIcon print |