*

 

Freire imponeert als vanouds met Brahms in Rotterdam

Christo Lelie − 09/02/08, 00:00

recensie

Rotterdams Philharmonisch Orkest olv Valery Gergjev op 7/2 in Doelen. Herhaling: vanavond 20.15 uur

Vorig seizoen zou de Braziliaanse pianist Nelson Freire in de Doelen op komen treden. Nadat hij enkele dagen eerder in Amsterdam – geteisterd door een blessure – een weinig overtuigend soloprogramma had gespeeld, annuleerde hij toen zijn Rotterdamse recital. Freire, berucht om zijn afzeggingen, is er nu wél om drie keer Brahms’ Tweede pianoconcert te spelen, samen met het Rotterdams Philharmonisch Orkest en dirigent Valery Gergjev. Freire speelde donderdag energiek en imponerend; zijn oude glans was volledig terug.

In veel concertzalen met een goede akoestiek vallen pianoconcerten toch vaak tegen. De klank van het solo-instrument onderscheidt zich dan onvoldoende van die van het orkest. Zo niet in de Doelen. Momenteel staat er een dijk van een concertvleugel, waarop een klavierleeuw als Freire gemakkelijk boven het orkest uitkomt. Maar ook in de fluisterzacht gespeelde delen bleef zijn spel uitstekend verstaanbaar. Freire’s toucher is veerkrachtig met buitengewoon veel nuances.

Freire’s Zuid-Amerikaanse temperament zorgde voor een snel en fel begin, maar gaandeweg werd het musiceren dieper en kleurrijker. In het tweede deel koos Gergjev voor een nogal hoog tempo, dat ten koste ging van de poëzie van de verrukkelijke cellomelodie. Nadat Freire met zijn fijnzinnige, quasi improviserende pianopartij erbij kwam, werd de uitvoering milder en minder rechtlijnig. Opmerkelijk was dat de reprise van deze cellosolo bezonkener klonk, alsof Freire de koele aanpak van Gergjev met een warme, zuidelijke wind in lentesferen had gebracht.

Brahms’ Tweede pianoconcert is een kolossaal stuk, dat veel van orkest en luisteraars vergt, zeker nadat ook voor de pauze grootschalige Brahms-werken hadden geklonken. Met diens ’Tragische Ouverture’ zette Gergjev de toon. Het stuk kreeg een ritmisch accurate uitvoering met veel dramatiek. Brahms Tweede symfonie is een zonnig werk. Toch is het typerend voor de componist dat hij nooit voor één expliciete emotie lijkt te kunnen kiezen. De pastorale sfeer wordt doorbroken door dramatische opwellingen en kent een melancholieke ondertoon. Gergjev liet in zijn bezielde directie die onderlagen in het stuk goed horen. Met name de lage strijkers liet hij gloedvol musiceren. Het koper daarentegen had hij in de harde akoestiek van de Doelen hier en daar wat mogen beteugelen. Wat een heerlijk contrast na al de massale, symfonische klanken was Freire’s fragiele, toverachtig mooi gespeelde toegift, de ’Mélodie’ van Gluck/Sgambati.

mailIcon print |