recensie In het boek ’Wat bezielde Volkert van der G.?’ beschrijft Johan Faber hoe de moordenaar van Pim Fortuyn tot zijn daad kwam. De auteur maakt daarbij gebruik van feiten, maar nog meer van speculaties.
’Volkert schrikt - hij wil Fortuyn niet in zijn gezicht kijken. Hij verstevigt zijn grip om het wapen en richt het dan op het bovenlichaam van zijn slachtoffer.’ Het boek over de moordenaar van Pim Fortuyn en zijn motieven is geschreven als een spannende roman. Zo spannend, dat het bepaald niet verrassend is dat de filmrechten al verkocht zijn.
Johan Faber (die een biografie van voetballer/coach Marco van Basten op zijn naam heeft staan) beschrijft in zijn boek vol relevante en minder relevante details de levenswandel van Volkert van der G. (in het boek consequent ’Volkert’ genoemd) vanaf de lagere school tot aan zijn arrestatie bij een benzinestation in Hilversum, luttele minuten nadat hij Pim Fortuyn heeft vermoord.
De auteur wil laten zien hoe Volkert langzaam maar zeker radicaliseert en hoe zijn fanatisme uiteindelijk tot explosie komt in de moord op de lijsttrekker van de LPF, op 6 mei 2002.
Faber deed buitengewoon veel onderzoek voor hij aan zijn boek begon. Een jaar lang ging hij het verleden van de moordenaar na. Hij reisde naar de plekken van Volkerts jeugd en sprak tal van mensen uit zijn omgeving. Volkert zelf sprak hij niet. Zijn vriendin en naaste familie wilden evenmin meewerken.
Als kind blijkt Volkert al een zeer rechtlijnig en fanatiek natuurbeschermer met een loodzwaar moreel besef. Op vijftienjarige leeftijd wordt hij vrijwilliger bij de vogelopvang Walcheren, waar hij met olie besmeurde watervogels schoonmaakt. Sommige dieren zijn niet meer te redden, en kunnen beter meteen worden afgemaakt, menen de vogelbeschermers. Maar dat is onbespreekbaar voor de jonge Volkert. Als ze bij de vogelopvang last krijgen van muizen en de baas muizenvallen wil zetten, wordt het hem te veel. De eigenwijze puber vertrekt boos en gaat milieuhygiëne studeren in Wageningen, waar hij, volgens het boek, verder radicaliseert.
Fraai zijn de beschrijvingen die volgen, over Volkerts studentenleven op de Wageningse, ’hippie-achtige’ campus Droevendaal. En ook het hoofdstuk over de aanschaf van het moordwapen (Volkert kocht het tweedehands pistool in een duister Turks café in Ede) is spannend en beeldend geschreven.
Maar het grote probleem van dit boek is dat de hoofdpersoon er niet aan meewerkte. Faber dook in het verleden van Volkert, maar daarmee nog niet in zijn geest.
Toch beschrijft hij de gedachtegangen van Volkert tot in detail. „Geld interesseerde Volkert misschien niet, maar de uitzichtloosheid van zijn baan moet hem naar de strot zijn gevlogen.” Het voortdurende gepsychologiseer en gespeculeer is irritant: op elke bladzijde beginnen zinnen met: ’Volkert bedoelde waarschijnlijk...’, ’Dat zou verklaren waarom...’ en ’Vermoedelijk omdat...’.
Ook staat het boek bol van de details. Soms zijn die interessant, maar storend wordt het wanneer de auteur ze gebruikt in zijn zoektocht naar het motief van de moordenaar. Een oud-klasgenoot herinnert zich bijvoorbeeld dat Volkert bij het voetballen geen beste techniek had, maar wel veel loopvermogen. „Hij rende achter elke bal aan.” Dus dat fanatieke zat er al vroeg in, lijkt de schrijver te willen zeggen.
Het waarheidsgehalte van het boek is, kortom, goeddeels afhankelijk van het psychologisch inzicht van Faber. De auteur zelf is nogal overtuigd van zijn kwaliteiten als amateurpsycholoog. Hij trekt de ene na de andere conclusie over Volkerts gedachten en gevoelens en begeeft zich daarmee op glad ijs.
Soms zijn de theorieën van Faber bovendien vergezocht: als Volkert na zijn studie gaat samenwonen in Harderwijk is dat geen gewone verhuizing: misschien dook Volkert toen onder, suggereert Faber. De milieuactivist werd in die periode namelijk bedreigd door boze boeren.
Met een andere wilde theorie over Volkert maakt de auteur juist weer korte metten: Volkert is niet de moordenaar van milieuambtenaar Van der Werken in 1996, concludeert hij. Want „zo’n buitenproportionele wraakoefening lijkt niet bij het karakter van Volkert te passen”, schrijft Faber over de man die van zeer dichtbij vijf kogels door het lichaam van Pim Fortuyn joeg.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.