*

 

Koortsige westerling belandt in hel op aarde

Belinda van de Graaf − 12/06/08, 00:00

recensie

Regie: Cyrus Frisch. Met Roeland Fernhout en Ellen ten Damme. Te zien in Amsterdam en Utrecht.

De Nederlandse regisseur Cyrus Frisch zag vijftien jaar geleden een krantenfoto van de Afrikaanse Dinka-stam uit Zuid-Soedan met een uitgemergelde man op de voorgrond en een kerkhof van dode bomen op de achtergrond.

De foto inspireerde hem naar eigen zeggen tot het maken van ’Blackwater Fever’ (2006), een vrij experimenteel relaas van een jonge, blanke man die in een hippe, open wagen door een woestijnlandschap rijdt.

De man is op weg van Los Angeles naar Las Vegas, om via filmische verdichting uiteindelijk niet in de Amerikaanse maar in de Afrikaanse woestijn te belanden. Hier geen gokpaleizen en spuitende fonteinen langs de kant van de weg, maar een knuppelpartij, een verkrachting, een lijk.

We begrijpen ook dat de man aan Blackwater Fever lijdt, de ergste vorm van malaria. Hij stopt geregeld om bloed te plassen en creperend van de pijn door het zand te rollen. Roeland Fernhout heeft dan wel wat weg van Jack Nicholson in Michelangelo Antonioni’s ’Professione: Reporter’.

Nicholson was de westerse journalist die in de Afrikaanse woestijn op zoek ging naar een oorlog die hij niet kon vinden. Kermend zakte hij in het rode woestijnzand, om in een koortsachtige nacht van identiteit te wisselen met een dode man.

Een identieke voorkeur voor elliptische, symbolische cinema vinden we bij Frisch die zijn koortsige westerling weliswaar geen Maria Schneider als bijrijder kan bieden, maar wel een even zwijgzaam poserende Ellen ten Damme.

Problematischer wordt het in de extra lang aangehouden scène waarmee Frisch zijn film besluit. Plotseling staat de blanke man te midden van naakte, uitgemergelde Afrikanen die wezenloos voor zich uit staren, en een zacht gejammer voortbrengen. Vooral dat laatste is door de ziel snijdend.

De eerder genoemde krantenfoto is door Frisch als het ware tot leven gewekt. In een fictieve constructie zien we de levende lijken bewegen, maar waar de fotograaf (Kazuyoshi Nomachi van ABC Press) in een opvallend behoedzame mengeling van esthetiek en ethiek de hel op aarde toonde, daar komt de filmer met gezichten en geslachtsdelen en niet alleen met naakte en uitgemergelde lichamen, maar ook met mismaakte mensen.

En er moet ook een baby bij worden gehaald, waar de westerling zich huilend over ontfermt. Bij dit alles vraag je je dan één ding af: waar is de waardigheid van de Afrikaan? Waarom moet er een piemel in beeld? En een bochel? Bestaan Afrikanen alleen bij de gratie van westerse tranen?

mailIcon print |