*

 

De schaduw van de stad prikkelt de verbeelding

Hans Nauta − 03/01/08, 00:00

Mister Motley, magazine over kunst. www.mistermotley.nl. 5 euro. 96 blz.

De VN-statistiek dat er in 2008 voor het eerst meer mensen in de stad dan op het platteland woont, werkt op de verbeelding. Zo heeft Poetry International, dat plaatsvindt in juni, ’Stad en Land’ om die reden als overkoepelend thema gekozen. Ook kunsttijdschrift Mister Motley richt zich in het themanummer ’Schaduw Stad’ op de stad, in al haar vormen.

Hoe ga je om met het ’stedelijke monster van het onbekende’, dat ’labyrint’, ’het onafzienbare gebergte van flats en wolkenkrabbers’, de ’gigantische centrale dynamo’s van al het zijn’? In de heldere stukken door en over kunstenaars druipt de fascinatie ervan af.

Beschaving is een lijst van steden, volgens de aangehaalde Gerald Stanley Lee, in 1913, maar dat betekent niet dat verstedelijking vanzelf tot meer beschaving leidt. Elke stad is een veelvoud van steden, vol schaduwen en witte plekken. Iedereen tekent zijn eigen plattegrond. Sommige kunstenaars doen dat heel letterlijk. Zo maakt Vlaming Christophe Fink plattegronden vol windsnelheden, ontmoetingen en gebeurtenissen. Anderen houden zich bezig met onzichtbare krachten, met de stad die vrijmaakt of disciplineert en iedereen tot robots of insecten maakt.

De Zwitser Christian Vetter onderzoekt het effect van interieurs en architectuur als de menselijke maat verdwijnt. Resoneren de gebouwen van het nationaal-socialisme de gebeurtenissen van toen? Straalt zo’n gebouw als de Rijksdag nog echt iets uit als je Hitler even wegdenkt? Kun je verdrinken in zo’n decor? Ook bij zijn foto’s uit Peking dringt de vraag zich op ’hoe je als mens ooit meer kunt zijn dan alleen een te vroeg uit het nest gevallen vogeltje, dat zich voortsleept tussen gebouwen die eruitzien alsof ze nooit door mensen zelf gemaakt hadden kunnen worden’, schrijft Nina Thibo. Kunstenaars maken de stad tot hun atelier, of tot het kunstwerk zelf. Gordon Matta Clark trok er ’s nachts op uit om ’architectuur in sculptuur te veranderen’. Met zijn kettingzaag maakte hij openingen in gebouwen die gesloopt zouden worden, om zo het skelet zichtbaar te maken. Als het gebouw werd neergehaald, nam het in de val het kunstwerk mee.

Niet alleen mensen, ook steden kunnen lijden aan fantoompijn, schrijft Kim Bouvy. Als gebouwen of wijken verdwijnen, door oorlog of vernieuwingsdrang, ontstaat er een onbestemd gevoel van gemis, dat alle bewoners wel voelen. Zelf woont ze in Rotterdam, een uitbundige stad ’maar soms ook somber en sikkeneurig in een hoekje. Rotterdam leefde met een fantoom, en daar kon je maar beter vrienden mee worden om haar te begrijpen, bleek.’

Ook in de hoofden van veel architecten bestaat een schaduwstad, maar dan een van teleurstellingen. Al die projecten die nooit zijn gerealiseerd, en ’die je altijd weer voor ogen ziet als je langs de plek rijdt’.

mailIcon print |